ECLI:NL:RBGRO:2011:BV0399
Rechtbank Groningen
- Eerste aanleg - meervoudig
- M.J.B. Holsink
- D.A. Flinterman
- J.H.H.M. Dorscheidt
- Rechtspraak.nl
Verzoek tot erkenning van kind met Gambiaanse nationaliteit onder voorwaarde toestemming moeder
Verzoeker heeft bij de rechtbank Groningen een verzoek ingediend tot erkenning van een minderjarige met de Gambiaanse nationaliteit, geboren uit een geweldadige verkrachting. De moeder van het kind heeft de Gambiaanse nationaliteit, verzoeker is ongehuwd en heeft de Nederlandse nationaliteit. Verweerder, de ambtenaar van de burgerlijke stand, weigerde aanvankelijk de erkenning omdat het kind reeds een juridische vader zou hebben volgens Gambiaans recht.
De rechtbank onderzocht de toepasselijkheid van het Gambiaanse recht en concludeerde dat onvoldoende duidelijkheid bestaat over erkenning volgens dat recht. Gezien het internationale karakter en de rechten van het kind volgens het IVRK, besloot de rechtbank aan te knopen bij het Engelse recht, dat relevant is voor Gambia. Volgens Engels recht was er geen geldige erkenning door de vermeende vader [man A].
De rechtbank stelde vast dat erkenning door verzoeker mogelijk is volgens Nederlands recht, mits de moeder schriftelijk toestemming verleent. De rechtbank wees het verzoek tot vaststelling van de geslachtsnaam af, omdat die alleen kan worden gewijzigd bij gezamenlijke verklaring van ouders. De rechtbank gelastte verweerder een akte van erkenning op te maken onder de voorwaarde van toestemming van de moeder.
Uitkomst: Verzoek tot erkenning van het kind wordt toegewezen onder de voorwaarde dat de moeder schriftelijk toestemming verleent.