ECLI:NL:RBGRO:2012:3637

Rechtbank Groningen

Datum uitspraak
14 februari 2012
Publicatiedatum
3 juli 2013
Zaaknummer
130736
Instantie
Rechtbank Groningen
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
  • D.A. Flinterman
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:253r BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Tijdelijke voogdij Stichting Nidos over minderjarige kinderen uit Burundi

De rechtbank Groningen behandelde op 14 februari 2012 een zaak waarin Stichting Nidos werd verzocht met de tijdelijke voogdij te worden belast over twee minderjarige kinderen afkomstig uit Burundi. De kinderen wonen bij hun vader in Nederland, terwijl de moeders in Burundi verblijven en niet in staat zijn het ouderlijk gezag uit te oefenen. De vader heeft het gezag niet erkend en het vaderschap is niet vastgesteld.

De Raad voor de Kinderbescherming had onderzoek gedaan en geconstateerd dat er zorgen zijn over de opvoedingssituatie en ontwikkeling van de kinderen. De vader ontvangt hulp van MEE, maar kan onvoldoende voorzien in basale behoeften zoals voeding, toezicht en veiligheid. De vader verzette zich tegen het belasten van Nidos met de voogdij, maar erkende het toezicht van MEE.

De rechtbank oordeelde dat Burundisch recht geldt voor het ontstaan van het gezag, en dat de moeder het gezag heeft omdat de vader de kinderen niet heeft erkend. Omdat de moeders niet in staat zijn het gezag uit te oefenen en er geen gezagsvoorziening is in Nederland, besloot de rechtbank Nidos met de tijdelijke voogdij te belasten. Tevens werd Nidos geadviseerd te onderzoeken of aanvullende kinderbeschermende maatregelen nodig zijn.

De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad en partijen kunnen binnen drie maanden in hoger beroep bij het Gerechtshof Leeuwarden.

Uitkomst: Stichting Nidos wordt belast met de tijdelijke voogdij over de minderjarige kinderen.

Uitspraak

RECHTBANK GRONINGEN

Sector Civielrecht
zaaknrs.: 130736 / FA RK 11-2618
130738 / FA RK 11-2619
beschikking d.d. 14 februari 2012
in de zaken van:

De Raad voor de Kinderbescherming,

regio Groningen en Drenthe, locatie Groningen,
gevestigd te 9726 AD Groningen, Cascadeplein 6,
verzoeker,
hierna te noemen de Raad,
en

[naam 1]

wonende te [adres]
verweerder,
hierna te noemen de vader,
in persoon verschenen.

PROCESVERLOOP

De Raad heeft op 5 december 2011 verzoekschriften met bijlagen ingediend, waarin wordt verzocht om bij beschikking - uitvoerbaar bij voorraad - de stichting Nidos Jeugdbescherming voor vluchtelingen (Nidos) te belasten met de tijdelijke voogdij over de minderjarigen:
  • [naam 2], geboren op [datum] te Burundi, Bwiza Bujumbura, en
  • [naam 3], geboren op[datum] te Burundi, Bwiza Bujumbura.
Op 21 december 2012 heeft de kinderrechter de minderjarige [naam 2] en [naam 3]gehoord.
De rechtbank heeft op 12 januari 2012 de zaken gevoegd behandeld ter zitting met gesloten deuren. Hierbij zijn verschenen en gehoord:
  • de heer R.C.M. Wouters namens de Raad
  • de vader
  • mevrouw J. Goudriaan namens Nidos.
De heer M. Nyembo is opgetreden als tolk Swahili.
Ter zitting heeft de Raad zijn verzoek aangevuld en subsidiair verzocht om de kinderen onder toezicht te stellen van Nidos, indien de vader met het ouderlijk gezag over de kinderen wordt belast.

RECHTSOVERWEGINGEN

Vaststaande feiten
  • [moeder 1]is de moeder van [naam 2] Zij woont in Burundi.
  • [moeder 2]is de moeder van [naam 3] Zij woont in Burundi.
  • [naam 2] en [naam 3]werden opgevoed door oma vaderszijde voordat zij naar Nederland kwamen.
  • De vader verblijft sinds 2006 in Nederland.
  • [naam 2] verblijft sinds september 2009 bij de vader in Nederland. Onduidelijk is sinds wanneer [naam 3]bij de vader in Nederland verblijft.
Standpunt van de Raad
De Raad heeft onderzoek gedaan naar de gezagsinvulling ten aanzien van de minderjarige [naam 2] en [naam 3] Niet bekend is of de vader het ouderlijk gezag heeft over de kinderen, terwijl hun moeders in Burundi verblijven. Uit het onderzoek is de Raad echter gebleken dat er zorgen zijn over de ontwikkeling van de kinderen. De vader heeft aangegeven moeite te hebben met de opvoeding van met name [naam 2]. Hij ontvangt hulp van MEE. MEE en de scholen van de kinderen hebben hun zorg uitgesproken over de opvoedingssituatie van [naam 3]en [naam 2]. De vader kan onvoldoende tegemoet komen aan de basale behoeften van de kinderen, zoals voldoende voeding, toezicht, aandacht en stimulans, veiligheid en bij de leeftijd passende verantwoordelijkheid.
Voordat de kinderen naar Nederland kwamen woonden zij bij hun oma in Burundi.
[naam 2] mist haar moeder. Zij mist bovendien een vrouw in haar leven, die er voor haar is en
waarmee ze kan praten over de dingen die haar bezighouden.
Standpunt van de vader
In Burundi had de vader de voogdij over de kinderen. Hij zorgde voor de kinderen en hun moeders. Het raadsrapport bevat onjuiste informatie. De informatie van de scholen klopt niet. De vader heeft van de Raad onvoldoende gelegenheid gekregen om op het rapport te reageren. Er is al toezicht vanuit MEE in het gezin van de vader. Daar heeft de vader geen bezwaar tegen. Wel verzet de vader zich er tegen dat Nidos met de tijdelijke voogdij wordt belast.
Beoordeling
De rechtbank acht zich bevoegd om te oordelen over de gezagsvoorziening over beide minderjarige kinderen, nu de kinderen hun gewone verblijfplaats in Nederland hebben.
Allereerst dient te worden beoordeeld of de vader het gezag heeft over de minderjarige [naam 2] en [naam 3]. Daartoe overweegt de rechtbank dat het van rechtswege ontstaan van ouderlijke verantwoordelijkheid wordt bepaald door het recht van de gewone verblijfplaats van het kind, ten tijde van de geboorte. De kinderen zijn geboren in Burundi. Voor de vaststelling van het van rechtswege ontstaan van de ouderlijke verantwoordelijkheid is derhalve Burundisch recht bepalend.
Gebleken is dat de ouders van [naam 2] en de ouders van [naam 3]niet getrouwd waren ten tijde van de geboorte van de kinderen. Kinderen die buiten het huwelijk worden geboren kunnen volgens Burundisch recht door de vader worden erkend of het vaderschap kan ten aanzien van deze kinderen worden vastgesteld. In het onderhavige geval is niet gesteld of gebleken dat de vader de kinderen heeft erkend, dan wel dat het vaderschap is vastgesteld. Hieruit volgt dat de moeder van [naam 2] het gezag over [naam 2] heeft en de moeder van [naam 3]het gezag heeft over [naam 3]
Nu de beide moeders van [naam 2] en [naam 3]zich in Burundi bevinden, wordt in Nederland geen invulling gegeven aan het gezag over de kinderen. Om die reden dient een gezagsvoorziening te worden getroffen. De Raad heeft geadviseerd om Nidos met de tijdelijke voogdij te belasten. Nidos heeft zich schriftelijk bereid verklaard om de voogdij over beide kinderen op zich te nemen.
De rechtbank past bij de invulling van het gezag Nederlands recht toe, zijnde het recht van de gewone verblijfplaats van de kinderen.
De vader heeft kenbaar gemaakt dat hij zich verzet tegen het belasten van Nidos met de tijdelijke voogdij over de kinderen. Nu de kinderen niet staande huwelijk zijn geboren, de vader de kinderen niet heeft erkend en voorts het vaderschap niet is vastgesteld kan de rechtbank de vader op dit moment niet belasten met het ouderlijk gezag over de kinderen.
Omdat de moeders op dit moment in de onmogelijkheid verkeren het ouderlijk gezag uit te oefenen en niet is voorzien in de voogdij, zal de rechtbank gelet op het bepaalde in artikel 1:253r Burgerlijk Wetboek Nidos belasten met de tijdelijke voogdij over de kinderen.
Gelet op de door de Raad geconstateerde zorgen over de ontwikkeling van de kinderen geeft de rechtbank Nidos in overweging te onderzoeken of nadere kinderbeschermende maatregelen noodzakelijk zijn.

BESLISSING

in de zaaknummers
  • 130736 / FA RK 11-2618
  • 130738 / FA RK 11-2619:
belast de stichting Nidos, jeugdbescherming voor vluchtelingen te Utrecht met de tijdelijke voogdij over de minderjarigen:
  • [naam 2], geboren op [datum]te Burundi, Bwiza Bujumbura, en
  • [naam 3], geboren op [datum]te Burundi, Bwiza Bujumbura;
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beschikking is gegeven door mr. D.A. Flinterman en uitgesproken door deze ter openbare terechtzitting van 14 februari 2012 in tegenwoordigheid van mr. A. van der Wal als griffier.
aw
De griffier deelt mede, dat partijen tegen deze beschikking in hoger beroep kunnen gaan bij het Gerechtshof te Leeuwarden. Dit beroep dient door partijen te worden ingesteld binnen drie maanden na de datum van de uitspraak. Deze datum staat in de beschikking vermeld.
Voor de partij, die in deze procedure niet is verschenen, vangt de termijn van drie maanden aan na de betekening van deze beschikking aan hem/haar in persoon dan wel op het moment, waarop deze beschikking aan hem/haar op andere wijze is bekend geworden, of - voor zover het een beschikking betreft, waarbij de echtscheiding, de scheiding van tafel en bed of de ontbinding van het huwelijk na scheiding van tafel en bed is uitgesproken - op het moment, waarop deze beschikking aan hem/haar op andere wijze is betekend en door plaatsing van een uittreksel daarvan in de Staatscourant openlijk bekend is gemaakt.
Het beroep moet namens een partij worden ingesteld door een advocaat. Als u in aanmerking wilt komen voor door de overheid (gedeeltelijk) gefinancierde rechtsbijstand, dan kan uw advocaat daartoe namens u een verzoek indienen bij de Raad voor Rechtsbijstand. Uw advocaat kan u daarover nader informeren.