ECLI:NL:RBGRO:2012:3638

Rechtbank Groningen

Datum uitspraak
31 januari 2012
Publicatiedatum
3 juli 2013
Zaaknummer
130640
Instantie
Rechtbank Groningen
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:253t BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toewijzing gezamenlijk gezag aan man en zijn echtgenote over minderjarige kinderen

De man, die sinds 5 augustus 2008 alleen het gezag over zijn minderjarige kinderen heeft, heeft verzocht om het gezag te wijzigen en dit gezamenlijk met zijn echtgenote te belasten. De rechtbank Groningen heeft vastgesteld dat de man en zijn echtgenote sinds 1 mei 2008 samenwonen en sinds 24 december 2008 gehuwd zijn, en dat zij gedurende ruim drie jaar gezamenlijk de zorg voor de kinderen hebben gedragen.

Er is geen bewijs van feiten of omstandigheden die erop wijzen dat het gezamenlijk gezag de belangen van de kinderen of van de voormalige echtgenote zou schaden. De rechtbank heeft ook geen contra-indicaties gevonden die tegen het verzoek pleiten.

Op grond van artikel 1:253t BW is voldaan aan de voorwaarden voor gezamenlijk gezag, namelijk dat de ouder en de ander gedurende ten minste een jaar gezamenlijk de zorg voor het kind hebben gehad en dat de ouder die het verzoek doet ten minste drie jaar alleen met het gezag belast is geweest.

De rechtbank heeft het verzoek toegewezen en verklaart de beschikking uitvoerbaar bij voorraad. De beschikking is uitgesproken tijdens een zitting met gesloten deuren op 31 januari 2012. Partijen kunnen binnen drie maanden in hoger beroep bij het Gerechtshof te Leeuwarden.

Uitkomst: Verzoek tot gezamenlijk gezag van man en zijn echtgenote over minderjarige kinderen is toegewezen.

Uitspraak

RECHTBANK GRONINGEN

Sector Civielrecht
zaaknr.: 130640 / FA RK 11-2584
beschikking d.d. 31 januari 2012
in de zaak van:

[naam 1],

verder te noemen [naam 1],
en

[naam 2],

verder te noemen [naam 2],
beiden wonende te [adres]
verzoekers,
advocaat mr. A.C. de Kruijff,
en

[naam 3],

verder te noemen [naam 3],
wonende te [adres]
belanghebbende,
in rechte niet verschenen.

PROCESVERLOOP

Verzoekers hebben op 1 december 2011 een verzoekschrift ingediend, waarin zij hebben verzocht om bij beschikking, uitvoerbaar bij voorraad, te bepalen dat zij gezamenlijk met het gezag over de minderjarige [minderjarige 1]en [minderjarige 2]zullen zijn belast.
Op 5 december 2011 is ter griffie van de rechtbank een brief van [naam 3]binnengekomen.
De rechtbank heeft op 12 januari 2012 de zaak behandeld ter zitting met gesloten deuren. Hierbij zijn verzoekers, bijgestaan door hun advocaat, alsmede de heer R.C.M. Wouters namens de Raad voor de Kinderbescherming, regio Groningen en Drenthe, locatie Groningen (de Raad), verschenen en gehoord.
[naam 3] is, met bericht van kennisgeving, niet verschenen.

RECHTSOVERWEGINGEN

Vaststaande feiten
- Uit het -inmiddels door echtscheiding ontbonden- huwelijk van [naam 1]en [naam 3]zijn geboren de minderjarigen:

[minderjarige 1], geboren op [datum] in de gemeente Delfzijl, en

[minderjarige 2], geboren op [datum] in de gemeente Delfzijl.
- Bij beschikking van 5 augustus 2008 van deze rechtbank is het gezamenlijk gezag van [naam 1]en [naam 3] beëindigd en is [naam 1]met uitsluiting van [naam 3] met het gezag over de kinderen belast.
- [naam 1]woont met ingang van 1 mei 2008 samen met [naam 2].
- Verzoekers zijn op 24 december 2008 met elkaar gehuwd.
Door verzoekers is ter zitting aangevoerd dat is voldaan aan de wettelijke voorwaarden om hen met het gezamenlijk gezag over [de minderjarigen]te belasten. Er zijn geen contra-indicaties. [naam 3] heeft in december 2007 nog eenmaal telefonisch contact opgenomen. Daarna hebben verzoekers en de kinderen geen contact meer met haar gehad. Wel stuurt [naam 3]de kinderen een kaart op hun verjaardag. Het gaat goed met [de minderjarigen] in het gezin van verzoekers. Het is daarom in hun belang dat verzoekers gezamenlijk met het gezag worden belast.
Beoordeling
Artikel 1:253t, eerste lid, Burgerlijk Wetboek (BW) bepaalt dat indien het gezag over een kind bij één ouder berust, de rechtbank op gezamenlijk verzoek van de met het gezag belaste ouder en een ander dan de ouder die in een nauwe persoonlijke betrekking tot het kind staat, hen gezamenlijk met het gezag over het kind kan belasten.
Ingevolge het tweede lid van dit artikel wordt in het geval dat het kind tevens in familierechtelijke betrekking staat tot een andere ouder het verzoek slechts toegewezen, indien:
. de ouder en de ander op de dag van het verzoek gedurende ten minste een aaneengesloten periode van een jaar onmiddellijk voorafgaande aan het verzoek gezamenlijk de zorg voor het kind hebben gehad; en
. de ouder die het verzoek doet op de dag van het verzoek gedurende ten minste een aaneengesloten periode van drie jaren alleen met het gezag belast is geweest.
Op grond van het derde lid van dit artikel wordt het verzoek afgewezen indien, mede in het licht van de belangen van een andere ouder, gegronde vrees bestaat dat bij inwilliging de belangen van het kind zouden worden verwaarloosd.
Bij beschikking van 5 augustus 2008 is de man alleen belast met het gezag over de minderjarige kinderen. Onweersproken is door verzoekers gesteld dat zij vanaf 1 mei 2008 met elkaar samenwonen en op 24 december 2008 met elkaar zijn gehuwd. Verzoekers hebben gesteld dat zij gezamenlijk de volledig zorg voor [de minderjarigen]vanaf 1 mei 2008 hebben gedragen. Naar het oordeel van de rechtbank is dan ook gebleken dat [naam 2] in een nauwe persoonlijke betrekking tot de kinderen staat. Voorts hebben verzoekers ruim drie jaren gezamenlijk de zorg voor [de minderjarigen]gehad. Derhalve is naar het oordeel van de rechtbank voldaan aan de in artikel 1:253t, eerste en tweede lid, BW gestelde voorwaarden voor het gezamenlijk gezag van verzoekers.
Niet gebleken is van feiten en omstandigheden die er op wijzen dat de belangen van de kinderen, mede bezien de belangen van [naam 3], zouden worden geschaad indien verzoekers gezamenlijk met het gezag over de kinderen worden belast. Ook overigens is niet gebleken van contra-indicaties. De rechtbank acht het verzoek dan ook toewijsbaar.

BESLISSING

belast
[naam 1], geboren op [datum], en
[naam 2], geboren op [datum], gezamenlijk met het gezag over de minderjarige kinderen:

[minderjarige 1], geboren op [datum] in de gemeente Delfzijl, en

[minderjarige 2], geboren op [datum]in de gemeente Delfzijl;
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beschikking is gegeven door mr. E.M.J. Brink en uitgesproken door deze ter openbare terechtzitting van 31 januari 2012 in tegenwoordigheid van de griffier.
aw
De griffier deelt mede, dat partijen tegen deze beschikking in hoger beroep kunnen gaan bij het Gerechtshof te Leeuwarden. Dit beroep dient door partijen te worden ingesteld binnen drie maanden na de datum van de uitspraak. Deze datum staat in de beschikking vermeld.
Voor de partij, die in deze procedure niet is verschenen, vangt de termijn van drie maanden aan na de betekening van deze beschikking aan hem/haar in persoon dan wel op het moment, waarop deze beschikking aan hem/haar op andere wijze is bekend geworden, of - voor zover het een beschikking betreft, waarbij de echtscheiding, de scheiding van tafel en bed of de ontbinding van het huwelijk na scheiding van tafel en bed is uitgesproken - op het moment, waarop deze beschikking aan hem/haar op andere wijze is betekend en door plaatsing van een uittreksel daarvan in de Staatscourant openlijk bekend is gemaakt.
Het beroep moet namens een partij worden ingesteld door een advocaat. Als u in aanmerking wilt komen voor door de overheid (gedeeltelijk) gefinancierde rechtsbijstand, dan kan uw advocaat daartoe namens u een verzoek indienen bij de Raad voor Rechtsbijstand. Uw advocaat kan u daarover nader informeren.