ECLI:NL:RBGRO:2012:BV2864
Rechtbank Groningen
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- P.W.Th. Buijtenhuijs
- Rechtspraak.nl
Verplichte bijdrage vader in kosten levensonderhoud en studie jongmeerderjarige
De jongmeerderjarige heeft bij de rechtbank een verzoek ingediend om de bijdrage van zijn vader in zijn kosten van levensonderhoud en studie te verhogen naar €500 per maand, ingaande 1 juli 2011. De vader verzocht dit af te wijzen of de bijdrage te matigen.
De rechtbank stelt vast dat de jongmeerderjarige sinds 1 september 2011 zelfstandig woont en een vijfjarige opleiding Werktuigbouwkunde volgt. Op grond van artikel 1:395a BW zijn ouders verplicht bij te dragen in de kosten van levensonderhoud en studie van kinderen tussen 18 en 21 jaar. De behoefte van de jongmeerderjarige wordt vastgesteld op €1.020 per maand, terwijl zijn inkomsten en huidige bijdrage van de vader samen €596 bedragen, waardoor een aanvullende behoefte van €624 resteert.
De vader is financieel in staat om de gevraagde bijdrage te voldoen. De rechtbank beoordeelt ook de matigingsgrond op basis van artikel 1:399 BW Pro, waarbij de vader stelt dat de jongmeerderjarige zich schuldig zou hebben gemaakt aan grievende gedragingen. De rechtbank acht dit niet aannemelijk en oordeelt dat de onderhoudsplicht blijft bestaan ondanks de verstoorde relatie.
De rechtbank wijzigt daarom de eerdere beschikking en legt de vader op vanaf 1 september 2011 maandelijks €500 bij te dragen in de kosten van levensonderhoud en studie van de jongmeerderjarige. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad en het meer of anders verzochte wordt afgewezen.
Uitkomst: De vader moet vanaf 1 september 2011 maandelijks €500 bijdragen in de kosten van levensonderhoud en studie van zijn jongmeerderjarige kind.