ECLI:NL:RBGRO:2012:BV3086
Rechtbank Groningen
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot wijziging voornaam wegens geslachtsnaamsaanduiding in geboorteakte
De Officier van Justitie verzocht de rechtbank om een wijziging van de voornaam in de geboorteakte van een minderjarige, waarbij de voornaam A. zou worden verbeterd in B. Dit verzoek was gebaseerd op artikel 1:24 lid 1 van Pro het Burgerlijk Wetboek, dat het mogelijk maakt om onvolkomenheden of misslagen in registers te herstellen.
De ouders van de minderjarige verzetten zich tegen dit verzoek. Zij stelden dat de opname van het woord "ben" in de voornamen geen misslag betreft, maar een bewuste keuze en een gebruikelijke voornaam in Nederland. Tevens wezen zij op het feit dat de ambtenaar van de burgerlijke stand deze naam vier jaar geleden zonder bezwaar heeft opgenomen en dat een vergelijkbare akte voor een ander kind niet is gewijzigd, wat volgens hen willekeur zou betekenen.
De rechtbank overwoog dat het woord "ben" in het Arabisch "zoon van" betekent en een geslachtsnaamaanduiding is, wat niet binnen de voornamen mag worden opgenomen volgens het Nederlandse namenrecht. De ambtenaar van de burgerlijke stand heeft erkend dat dit een fout betreft en staat achter het subsidiële voorstel van de ouders om het woord "ben" te schrappen. Echter, de rechtbank concludeerde dat artikel 1:4 lid 2 BW Pro niet expliciet voorziet in het weigeren van voorvoegsels die geslachtsnaamaanduidingen zijn, en dat het verzoek onvoldoende onderbouwd was.
Daarom wees de rechtbank het verzoek tot wijziging af. De beschikking werd uitgesproken door mr. K.R. Bosker tijdens een openbare zitting op 31 januari 2012.
Uitkomst: Het verzoek tot wijziging van de voornaam in de geboorteakte wordt afgewezen wegens het ontbreken van een misslag.