ECLI:NL:RBGRO:2012:BW7144

Rechtbank Groningen

Datum uitspraak
29 mei 2012
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
127921 / FA RK 11-1578
Instantie
Rechtbank Groningen
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 282 RvArt. 289 Rv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Proceskostenveroordeling en niet-ontvankelijkheid in verzoek omgangsregeling en erkenning

De man diende een verzoek in tot vervangende toestemming tot erkenning en vaststelling van een omgangsregeling, maar verscheen niet op de zitting en reageerde niet op uitnodigingen van de Raad voor de Kinderbescherming. Na een rapportage van de Raad en een heroverweging van de bijzondere curator trok de man zijn verzoeken in. De rechtbank verklaarde het verzoek van de man niet-ontvankelijk vanwege intrekking en veroordeelde hem in de proceskosten wegens zijn onredelijke proceshouding.

De vrouw diende een zelfstandig verzoek in om de verzoeken van de man af te wijzen en hem in de kosten te veroordelen. Dit verzoek werd door de rechtbank niet-ontvankelijk verklaard omdat het te laat was ingediend, in strijd met artikel 282 Rv Pro.

De rechtbank motiveerde haar beslissing met verwijzing naar de procesrechtelijke regels omtrent verweerschriften en aanvullend verzoeken, en benadrukte dat de proceskostenveroordeling passend was gezien de onredelijke houding van de man gedurende de procedure.

Uitkomst: De man wordt niet-ontvankelijk verklaard en veroordeeld in proceskosten; het zelfstandig verzoek van de vrouw wordt niet-ontvankelijk verklaard.

Uitspraak

RECHTBANK GRONINGEN
Sector Civielrecht
Meervoudige kamer
zaaknr.: 127921 / FA RK 11-1578
beschikking d.d. 29 mei 2012
in de zaak van:
[naam],
wonende te [adres],
verzoeker,
hierna te noemen de man,
advocaat mr. C.W.F. Jansen,
en
[naam],
wonende te [adres],
verweerster,
hierna te noemen de vrouw,
advocaat mr. F.B. Flooren.
PROCESVERLOOP
De rechtbank heeft op 1 november 2011 een beschikking gegeven.
Op 10 februari 2012 is ter griffie de rapportage van de Raad voor de Kinderbescherming (de Raad) regio Overijssel van 8 februari 2012 binnengekomen.
Op 13 februari 2012 is ter griffie een akte van mr. P.B. Rietberg, bijzondere curator, binnengekomen.
Op 28 maart 2012 is ter griffie een faxbericht van mr. Jansen ontvangen.
Op 3 april 2012 is ter griffie een F9-formulier met een bijlage ontvangen waarbij de vrouw een aanvullend verzoek - de rechtbank begrijpt een zelfstandig verzoek - heeft ingediend.
Op 19 april 2012 is ter griffie een faxbericht van mr. Jansen binnengekomen.
RECHTSOVERWEGINGEN
Met betrekking tot het inleidende verzoek
De rechtbank neemt hier over hetgeen is overwogen en beslist in de beschikking van 1 november 2011.
In deze beschikking zijn de beslissingen op de verzoeken van de man aangehouden in afwachting van een door de Raad in te stellen onderzoek.
De Raad heeft 10 februari 2012 het onderzoeksrapport aan de rechtbank doen toekomen en daarin geadviseerd om de verzoeken van de man af te wijzen.
De bijzondere curator heeft op grond van de inhoud van de rapportage haar eerder ingenomen standpunt heroverwogen en de rechtbank thans geadviseerd de verzoeken van de man af te wijzen.
Naar aanleiding van de inhoud van het raadsadvies en het heroverwogen standpunt van de bijzondere curator heeft de man op 28 maart 2012 zijn verzoeken ingetrokken. Gelet op het feit dat de man zijn verzoeken heeft ingetrokken zal de rechtbank de man in de verzoeken niet-ontvankelijk verklaren nu door intrekking daarvan het belang daaraan is komen te ontvallen.
Ingevolge artikel 289 Rv Pro kan de rechtbank een proceskostenveroordeling uitspreken.
In verzoekschriftprocedures tussen ex-partners worden de proceskosten doorgaans gecompenseerd, aldus dat iedere partij haar eigen kosten draagt. Indien kosten zijn ontstaan door een onredelijke houding van de wederpartij, kunnen deze als nodeloze kosten ten laste worden gebracht van de partij die deze heeft veroorzaakt.
De man heeft op 13 juli 2011 een verzoek tot vervangende toestemming tot erkenning en vaststelling van een omgangsregeling ingediend. De rechtbank heeft het verzoek behandeld ter zitting met gesloten deuren van 27 september 2011. Om hem moverende redenen is de man niet ter zitting verschenen.
Bij tussenbeschikking van 1 november 2011 heeft de rechtbank de Raad verzocht te onderzoeken in hoeverre toewijzing van de verzoeken in het belang van de kinderen is. De Raad heeft op 10 februari 2012 haar rapportage aan de rechtbank doen toekomen.
Uit het rapport blijkt dat de man door de Raad twee maal is uitgenodigd voor een kennismakingsgesprek. Door de man is in eerste instantie niet op deze uitnodigingen gereageerd. In overleg met de man is op een later tijdstip een nieuwe afspraak gemaakt. Op deze afspraak is de man zonder enige berichtgeving niet verschenen. De Raad heeft de man vervolgens uitgenodigd voor een gesprek bij de Raad in zijn eigen woonplaats. Ook op deze afspraak is de man zonder tegenbericht niet verschenen.
Nadat de Raad zijn rapport heeft uitgebracht heeft de man vervolgens zijn verzoeken ingetrokken.
De man heeft door het indienen van het verzoekschrift de vrouw kosten laten maken omdat zij hierdoor genoodzaakt was een advocaat in de arm te nemen. Vervolgens komt de man niet ter zitting, laat de man bij alle uitnodigingen van de Raad verstek gaan en trekt hij uiteindelijk het verzoek in.
De rechtbank ziet in deze houding van de man aanleiding om de man in de proceskosten te veroordelen.
Met betrekking tot het zelfstandig verzoek
De vrouw heeft op 3 april 2012 een zelfstandig verzoek ingediend waarin zij verzoekt te bepalen dat de rechtbank de verzoeken van de man afwijst, met veroordeling van de man in de kosten van deze procedure.
In artikel 282 van Pro het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) is bepaald dat de verwerende partij tot de aanvang van de behandeling, of indien de rechter dit toestaat, in de loop van de behandeling een verweerschrift kan indienen. De rechtbank ziet geen aanleiding de vrouw op grond van de tweede zin van lid 1 artikel 282 Rv Pro toe te staan in de loop van de behandeling een verweerschrift in de dienen nu niet is gebleken van bijzondere redenen waardoor het verweerschrift niet eerder kon worden ingediend.
Artikel 282 lid 4 Rv Pro geeft aan de verwerende partij de mogelijkheid om bij verweerschrift een aanvullend verzoek in te dienen. Gelet op de inhoud van artikel 282 Rv Pro heeft de vrouw haar verzoek te laat ingediend zodat de vrouw in het verzoek niet ontvankelijk verklaard zal worden.
BESLISSING
De rechtbank:
Met betrekking tot het inleidende verzoek
verklaart de man niet ontvankelijk in zijn verzoek;
veroordeelt de man in de kosten van dit geding aan de zijde van de vrouw tot aan deze uitspraak begroot op € 453,--;
verklaart deze proceskostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad;
Met betrekking tot het zelfstandig verzoek
verklaart de vrouw niet ontvankelijk.
Deze beschikking is gegeven door mrs. K.R. Bosker (voorzitter), D.A. Flinterman en J.H.H. M. Dorscheidt en uitgesproken door eerstgenoemde ter openbare terechtzitting van 29 mei 2012 in aanwezigheid van mr. M.M. Verbeek, griffier.
mmv
De griffier deelt mede, dat partijen tegen deze beschikking, voor zover hierin een eindbeslissing is opgenomen, in hoger beroep kunnen gaan bij het Gerechtshof te Leeuwarden. Dit beroep dient door partijen te worden ingesteld binnen drie maanden na de datum van de uitspraak. Deze datum staat in de beschikking vermeld.
Het beroep moet namens een partij worden ingesteld door een advocaat. Als u in aanmerking wilt komen voor door de overheid (gedeeltelijk) gefinancierde rechtsbijstand, dan kan uw advocaat daartoe namens u een verzoek indienen bij de Raad voor Rechtsbijstand. Uw advocaat kan u daarover nader informeren.