ECLI:NL:RBGRO:2012:BW7188

Rechtbank Groningen

Datum uitspraak
31 mei 2012
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
134089 KG ZA 12-140
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Kort geding
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 176 GemwArt. 8:2 Awb
Verwijzingen
3 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing vordering tot verwijdering hekwerk rond terrein exclusief in gebruik door COA

Manifestanten vorderden in kort geding dat de gemeente Vlagtwedde zou worden bevolen de hekken rond een terrein in Ter Apel te verwijderen. Dit terrein is in exclusief gebruik gegeven aan het Centraal Orgaan opvang asielzoekers (COA) op basis van een gebruiksovereenkomst met de gemeente als eigenaar.

De manifestanten verbleven sinds 8 mei 2012 op het terrein in een tentenkamp en werden op 23 mei 2012 door een burgemeesterlijk besluit en noodverordening uit het gebied verwijderd. De voorzieningenrechter had eerder een verzoek tot schorsing van dat besluit afgewezen omdat het tentenkamp al was ontruimd.

De gemeente had op 25 mei 2012 vergunning verleend aan het COA om hekken te plaatsen rond het terrein. De rechtbank oordeelde dat de vordering tot verwijdering van de hekken niet tegen de gemeente kan worden gericht, maar tegen de plaatser van de hekken, het COA. Daarnaast dient bezwaar te worden gemaakt tegen de vergunning via bestuursrechtelijke procedures.

De stelling van manifestanten dat de gemeente door haar handelen grondrechten zou schenden werd niet inhoudelijk behandeld omdat de vordering niet ontvankelijk was. Ook het vermoeden van samenwerking tussen gemeente en COA om de manifestatie te beëindigen was onvoldoende onderbouwd. De vordering werd afgewezen en manifestanten werden veroordeeld in de proceskosten.

Uitkomst: De vordering tot verwijdering van de hekken wordt afgewezen en eisers worden veroordeeld in de proceskosten.

Uitspraak

vonnis
RECHTBANK GRONINGEN
Sector civielrecht
zaaknummer / rolnummer: 134089 / KG ZA 12-140
Vonnis in kort geding van 31 mei 2012
in de zaak van
1. [Eiser 1],
wonende te [woonplaats],
2. [Eiser 2],
wonende te [woonplaats],
3. [Eiseres 1],
wonende te [woonplaats],
4. [Eiseres 2],
wonende te [woonplaats],
5. [Eiser 3],
wonende te [woonplaats]
eisers,
advocaat mr. M.A.R. Schuckink Kool,
tegen
de publiekrechtelijke rechtspersoon
GEMEENTE VLAGTWEDDE,
zetelende te Sellingen,
gedaagde,
advocaat mr. R. Snel.
Partijen zullen hierna [eisers] en de gemeente genoemd worden.
1. De procedure
1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit:
* de dagvaarding;
* de mondelinge behandeling;
* de pleitnota van mr. Snel.
1.2. Ten slotte is vonnis bepaald.
2. De feiten
2.1. Het Centraal Orgaan opvang asielzoekers (hierna het COA) is belast met de opvang van asielzoekers. De uitoefening van die taak vindt (ondermeer) plaats in het asielzoekerscentrum te Ter Apel, gemeente Vlagtwedde.
2.2. Het COA heeft behoefte aan voldoende ruimte om haar taken te kunnen uitoefenen. Op 24 april 2012 is tussen gemeente Vlagtwedde (eigenaar) en het COA (gebruiker) een gebruiksovereenkomst gesloten betreffende het exclusieve gebruik van het perceel plaatselijk bekend, Ter Apelervenen te Ter Apel, kadastraal bekend, gemeente Vlagtwedde, sectie I, nummer 4220 (hierna te noemen: het terrein). In deze overeenkomst is (voor zover hier van belang) het volgende bepaald:
(...) Het terrein is bestemd om te gebruiken als uitbreiding van het eigen terrein van gebruiker, waarover gebruiker exclusief kan beschikken. (...)
De gebruiker mag het terrein aan derden noch geheel, noch ten dele op enigerlei wijze in gebruik afstaan, noch zulk gebruik door derden dulden. (...)
Gebruiker mag op het terrein geen obstakels, zoals bouwwerken, opstallen hekwerken, geen verharding aanbrengen of diepwortelende beplanting aanleggen. De bestaande bomen dienen te worden gehandhaafd. (...)
2.3. [eisers] verblijven sedert 8 mei 2012 op het terrein in een daartoe opgericht tentenkamp.
2.4. Bij besluit van 23 mei 2012 heeft de burgemeester van de gemeente (hierna de burgemeester) bevolen dat een ieder die zich binnen het gebied, ook bekend als het populierenveld, aan de Terapelervenen ter hoogte van het opvangcentrum in de gemeente Vlagtwedde, in de openbare ruimte bevindt, zich op eerste aanwijzing van een ambtenaar van de politie uit dit gebied dient te verwijderen. Tevens heeft de burgemeester bevolen dat een ieder zich verwijderd dient te houden van dit gebied tot een nader door de burgemeester bekend te maken tijdstip.
2.5. Op 23 mei 2012 heeft de burgemeester tevens een noodverordening vastgesteld waarin ondermeer is bepaald dat het een ieder verboden is zich vanaf woensdag 23 mei 2012 op te houden binnen het gebied begrensd door de berm van de N366 en de noordelijke grens van het perceel met kadastraal nummer I 4253, proviciegrens Borger-Odoorn en de zuidelijke grens van het perceel met kadastraalnummer I 4275.
2.6. [eisers] hebben het terrein op of omstreeks 23 mei 2012 verlaten.
2.7. Op 23 mei 2012 hebben [eisers] de voorzieningenrechter van de sector bestuursrecht van deze rechtbank verzocht een voorlopige voorziening te treffen strekkende tot schorsing van het genoemde besluit (dwangbevel) en de noodverordening.
2.8. In de beslissing van 24 mei 2012 heeft de voorzieningenrechter de beslissing tot het uitvaardigen van het dwangbevel disproportioneel geacht. De voorzieningenrechter heeft geen gronden aanwezig geacht om die beslissing te schorsen nu de ontruiming van het tentenkamp reeds op 23 mei 2012 heeft plaatsgevonden en het besluit in juridische zin reeds is uitgewerkt en schorsing ervan zinledig is geworden.
2.9. Voorts heeft de voorzieningenrechter in de beslissing van 24 mei 2012 met betrekking tot de gewraakte noodverordening overwogen dat:
de door verzoekers bestreden verordening een algemeen verbindend voorschrift is, gebaseerd op artikel 176 van Pro de Gemw. Uit artikel 8:2, aanhef en onder a, van de Awb volgt dat hiertegen geen bestuursrechtelijk rechtsmiddel openstaat. Voorts doet zich hier niet de situatie voor dat op grond van de noodverordening een maatregel ten aanzien van verzoekers is genomen, waartegen thans wordt opgekomen en ter zake waarvan een voorlopige voorziening wordt verzocht. Reeds om die reden kan niet worden toegekomen aan de vraag of de noodverordening in overeenstemming is met hogere regelgeving, in het bijzonder artikel 176 van Pro de Gemw, en of aan de voorwaarden van de verordening is voldaan. De voorzieningenrechter is dus niet bevoegd met betrekking tot de verordening een voorlopige voorziening te treffen.
2.10. Op 25 mei 2012 heeft de burgemeester de noodverordening ingetrokken.
2.11. Het COA is overgegaan tot het plaatsen van hekken rond het haar in gebruik gegeven terrein nadat de gemeente daarvoor op 25 mei 2012 vergunning heeft verleend.
3. Het geschil
3.1. [eisers] vorderen bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad:
I. de gemeente te gebieden de rond het terrein plaatselijk bekend, Ter Apelervenen te Ter Apel, kadastraal bekend, gemeente Vlagtwedde, sectie I, nummer 4220, geplaatste hekken te verwijderen;
II. de gemeente te veroordelen in de kosten van deze procedure.
3.2. De gemeente voert verweer. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.
4. De beoordeling
4.1. Voor ligt eerst de vraag of de gemeente kan worden veroordeeld tot het verwijderen van hekken die het COA heeft geplaatst op een aan haar door de gemeente in exclusief gebruik gegeven terrein. Naar het oordeel van de voorzieningenrechter is dat niet het geval. Indien [eisers] via een civielrechtelijke procedure verwijdering van hekken willen bewerkstelligen dienen zij zich tot de plaatster ervan - het COA - te richten en niet tot de gemeente. Indien en voor zover zij beogen te ageren tegen de door de gemeente afgegeven vergunning tot het mogen plaatsen van hekken dan dient daartoe de weg van een bezwaar- en beroepprocedure in het kader van de Algemene wet bestuursrecht te worden bewandeld.
4.2. De stelling van [eisers] dat de gemeente door haar handelwijze inbreuk maakt op [eisers] toekomende grondrechten, waarop [eisers] stellen zich te kunnen beroepen vanwege de horizontale werking van die grondrechten, behoeft reeds op grond van het in rechtsoverweging 4.1. overwogene geen bespreking, wat er zij van de juistheid van die stelling.
4.3. De stelling van [eisers] dat de gemeente en het COA in nauw verband hebben samengewerkt met als doel de manifestatie te beëindigen is op onvoldoende wijze onderbouwd. Zo er al sprake zou zijn geweest van een dergelijke samenwerking laat zulks onverlet hetgeen onder rechtsoverweging 4.1 is overwogen. De vordering zal derhalve worden afgewezen.
4.4. [eisers] zullen als de in het ongelijk gestelde partij in de kosten van deze procedure worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van de gemeente worden begroot op:
- vastrecht 575,00
- salaris advocaat 816,00
Totaal € 1.391,00.
5. De beslissing
De voorzieningenrechter
5.1. wijst af het gevorderde,
5.2. veroordeelt [eisers] in de proceskosten, tot aan deze uitspraak aan de zijde van de gemeente gevallen en begroot op € 1.391,00,
5.3. verklaart dit vonnis wat betreft de kostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. R.B.M. Keurentjes en in het openbaar uitgesproken op 31 mei 2012.