ECLI:NL:RBGRO:2012:BW8391
Rechtbank Groningen
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak verdachte wegens onvoldoende bewijs verkrachting uit 1992
De rechtbank Groningen heeft verdachte vrijgesproken van verkrachting die op of omstreeks 19 september 1992 zou hebben plaatsgevonden in Oostwold. De aangifte van het slachtoffer dateert uit 2009 en beschrijft een situatie waarbij verdachte, in beschonken toestand, het toen 15-jarige meisje zou hebben gedwongen tot seksuele handelingen in een auto. Verdachte ontkent de feiten en verklaart dat hij die nacht met zijn dochter in de auto zat.
De officier van justitie achtte de aangifte consistent en ondersteund door diverse getuigenverklaringen en een proces-verbaal uit 1992. De verdediging betwistte de betrouwbaarheid van de aangifte, wijzend op tegenstrijdigheden en het ontbreken van bewijs dat het slachtoffer daadwerkelijk bij verdachte in de auto zat.
De rechtbank oordeelde dat de verklaring van verdachte niet ongeloofwaardig is en dat de aangifte onvoldoende wordt ondersteund door andere bewijsmiddelen. De rechtbank kon niet uitsluiten dat het slachtoffer informatie over het incident op een andere wijze had verkregen dan uit eigen waarneming. Daarom werd verdachte vrijgesproken wegens gebrek aan wettig en overtuigend bewijs.
De vordering van het slachtoffer tot schadevergoeding werd niet-ontvankelijk verklaard, omdat deze niet in het strafproces kan worden behandeld. Beide partijen dragen hun eigen kosten.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens onvoldoende wettig en overtuigend bewijs van verkrachting uit 1992.