ECLI:NL:RBGRO:2012:BX0578
Rechtbank Groningen
- Eerste aanleg - meervoudig
- W.J.A.M. Dijkers
- P. Molema
- L.T. de Jonge
- Rechtspraak.nl
Verdeling restvermogen bij ontbinding vereniging met wisselend ledenbestand
De zaak betreft de verdeling van het vermogen van een vereniging voor zelfstandig detailhandelaren in melkproducten, die na verkoop van haar werkmaatschappij in 2002 feitelijk geen functie meer had. Eisers, voormalige leden die na 2002 zijn uitgetreden, vorderen betrokken te worden bij de verdeling van het resterende vermogen, stellende dat het ledenbestand van 2002 bepalend moet zijn.
De vereniging en de rechtbank stellen dat het lidmaatschap volgens de statuten eindigt bij het staken van het bedrijf en dat het batig saldo na ontbinding toekomt aan de leden ten tijde van het ontbindingsbesluit. De algemene ledenvergadering van 2009 besloot het vermogen te verdelen onder de toenmalige 26 leden, exclusief de eisers.
De rechtbank onderzoekt of deze uitsluiting onaanvaardbaar is op grond van redelijkheid en billijkheid (art. 2:8 BW Pro). Hoewel er een zekere onbillijkheid bestaat omdat eisers hebben bijgedragen aan de vermogensopbouw, oordeelt de rechtbank dat de uitsluiting niet onaanvaardbaar is gezien de omstandigheden, waaronder het voortgezet bestaan van de vereniging na 2002 en het ontbreken van een duidelijk moment van ontbinding toen.
De vordering van eisers wordt afgewezen, behalve voor eiser sub 8 die nog als lid wordt beschouwd en betrokken moet worden bij de verdeling. De proceskosten worden gecompenseerd.
Uitkomst: De vordering van voormalige leden tot deelname in de verdeling van het vermogen wordt afgewezen, behalve voor de nog als lid beschouwde eiser.