ECLI:NL:RBGRO:2012:BX1292

Rechtbank Groningen

Datum uitspraak
3 juli 2012
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
134211 FA RK 12-1177
Instantie
Rechtbank Groningen
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:322 BWArt. 1:324 BWArt. 1:246 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toewijzing verzoek tot overdracht voogdij aan pleegmoeder in belang minderjarige

De rechtbank Groningen behandelde op 3 juli 2012 het verzoek van Leger des Heils Jeugdzorg & Reclassering (LJ&R) om ontslag van de voogdij over de minderjarige A. en overdracht van de voogdij aan mevrouw C., de pleegmoeder. De minderjarige verblijft sinds maart 2005 in het pleeggezin en is volledig gehecht aan dit gezin. De moeder is in 2008 ontheven van het gezag.

Tijdens de zitting met gesloten deuren werd vastgesteld dat mevrouw C. schriftelijk bereid is de voogdij over te nemen en hiertoe bevoegd is. De rechtbank oordeelde dat de overdracht in het belang van de minderjarige is, gezien diens goede ontwikkeling, stabiliteit en veiligheid in het pleeggezin.

De moeder was opgeroepen maar niet verschenen en had haar bezwaren niet onderbouwd. De omgang tussen de minderjarige en zijn moeder verloopt onder begeleiding van pleegzorg goed, en de rechtbank acht het belangrijk dat deze regeling wordt voortgezet.

De rechtbank besloot Bureau Jeugdzorg Groningen te ontslaan van de voogdij en mevrouw C. te benoemen tot voogd over de minderjarige A., met onmiddellijke ingang.

Uitkomst: Verzoek tot overdracht van de voogdij aan de pleegmoeder is toegewezen in het belang van de minderjarige.

Uitspraak

RECHTBANK GRONINGEN
Sector Civielrecht
zaaknr.: 134211 / FA RK 12-1177
beschikking d.d. 3 juli 2012
in de zaak van:
Leger des Heils Jeugdzorg & Reclassering,
namens Stichting Bureau Jeugdzorg Groningen (bjz),
gevestigd te Groningen,
verzoekster,
hierna te noemen LJ&R,
vertegenwoordigd door mevrouw G. Kooistra,
betreffende de minderjarige A., kind van B., verder te noemen de moeder.
PROCESVERLOOP
Op 30 mei 2012 is ter griffie van de rechtbank te Groningen een verzoekschrift binnengekomen, waarin LJ&R namens bjz verzoekt om haar te ontslaan van de voogdij over de minderjarige A. en de voogdij over te dragen aan mevrouw C., de pleegmoeder van A.
Bij het verzoekschrift is een door mevrouw C. ondertekende bereidverklaring gevoegd.
De rechtbank heeft op 14 juni 2012 de zaak behandeld ter zitting met gesloten deuren. Hierbij zijn verschenen en gehoord:
- mevrouw G. Kooistra namens LJ&R;
- mevrouw C., de pleegmoeder;
- de heer D., de pleegvader;
- de heer R.C.M. Wouters, namens de Raad voor de Kinderbescherming, Regio Groningen en Drenthe (de Raad).
De moeder is, hoewel behoorlijk opgeroepen, niet verschenen.
RECHTSOVERWEGINGEN
Vaststaande feiten
- Bij beschikking van 18 maart 2005 is de minderjarige [A.] voorlopig onder toezicht gesteld van LJ&R en is voorts een machtiging tot (spoed)uithuisplaatsing verleend. Nadien zijn de maatregelen van de ondertoezichtstelling en de uithuisplaatsing jaarlijks verlengd.
- [A.] verblijft vanaf 21 maart 2005 in het huidige pleeggezin.
- Bij beschikking van de meervoudige kamer van deze rechtbank van 22 april 2008 is de moeder ontheven van het gezag over de minderjarige [A.].
- Bij voormelde beschikking is LJ&R benoemd tot voogd over [A.].
Beoordeling
LJ&R heeft namens bjz verzocht om haar te ontslaan van de voogdij over de minderjarige [A.] en de voogdij over te dragen aan mevrouw C., de pleegmoeder van [A.].
Op grond van artikel 1:322, eerste lid, aanhef en onder c, Burgerlijk Wetboek (BW) kan iedere voogd zich van zijn bediening doen ontslaan, indien een daartoe bevoegd persoon zich schriftelijk heeft bereid verklaard de voogdij over te nemen, en de rechtbank deze overneming in het belang van de minderjarige acht.
De rechtbank stelt vast dat mevrouw C. zich schriftelijk bereid heeft verklaard de voogdij over [A.] te aanvaarden. De rechtbank stelt tevens vast, onder verwijzing naar artikel 1:324, eerste lid, BW jo artikel 1:246 BW Pro, dat zij hiertoe bevoegd is.
Uit de stukken en het verhandelde ter zitting is voorts gebleken dat [A.] vanaf de leeftijd van vijf maanden bij de familie C.-D. verblijft. Zijn moeder is bij beschikking van 22 april 2008 ontheven van het gezag. [A.] is volledig gehecht in het pleeggezin en hij ontwikkelt zich goed. Hij krijgt regelmaat en structuur aangeboden en hij ervaart rust en veiligheid. De wens van het pleeggezin is om A. volledig in het gezin op te nemen. Het pleeggezin is daartoe ook in staat. Door LJ&R is aangegeven dat het perspectief van [A.] in het pleeggezin ligt. De rechtbank is gelet hierop van oordeel dat de overneming van de voogdij door de pleegmoeder in het belang is van [A.]. Het verzoek zal daarom worden toegewezen.
Uit het verzoekschrift blijkt dat de moeder heeft aangegeven dat zij het niet eens is met het verzoek. De rechtbank gaat hieraan echter voorbij nu de moeder haar bezwaren niet heeft onderbouwd. Zij is voorts niet ter zitting verschenen om een nadere toelichting te geven.
De rechtbank overweegt ten slotte dat de omgangsregeling tussen [A.] en zijn moeder wordt begeleid vanuit pleegzorg en dat dit goed verloopt. De rechtbank hecht er aan dat dit wordt gecontinueerd.
BESLISSING
ontslaat Bureau Jeugdzorg Groningen, die de uitvoering van de voogdij heeft opgedragen aan Leger des Heils Jeugdzorg & Reclassering, van de voogdij over de minderjarige [A.];
benoemt C. tot voogdes over genoemde minderjarige;
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beschikking is gegeven door mr. D.W.J. Vinkes en uitgesproken door deze ter openbare terechtzitting van 3 juli 2012 in tegenwoordigheid van mr. A. van der Wal als griffier.