ECLI:NL:RBGRO:2012:BX3104
Rechtbank Groningen
- Wraking
- L.H.A.M. Voncken
- H.L. Stuiver
- R.Tj. Terpstra
- Rechtspraak.nl
Afwijzing wrakingsverzoek tegen rechter wegens vermeende partijdigheid en procesvoering
Verzoeker diende een mondeling wrakingsverzoek in tegen mr. E.J. Oostdijk, rechter in een lopende civiele zaak, omdat hem tijdens het kort geding niet werd toegestaan bepaalde stukken over te leggen en vanwege de wijze waarop de zitting werd geleid.
De rechtbank vormde een wrakingskamer die het verzoek op 18 juni 2012 behandelde. Mr. Oostdijk lichtte toe dat zij een strakke regie voerde en dat de omvang van de stukken onduidelijk was. Hoewel verzoeker stukken op de rechterstafel legde zonder afschrift voor de wederpartij, stelde zij voor dat verzoeker het verweer kon voorlezen. Verzoeker ging hier niet op in en weigerde later alsnog stukken in te dienen, stellende geen vertrouwen meer te hebben in de onpartijdigheid van de rechter.
De rechtbank beoordeelde het wrakingsverzoek aan de hand van artikel 36 Rv Pro en het uitgangspunt dat rechters worden vermoed onpartijdig te zijn, tenzij er zwaarwegende aanwijzingen van vooringenomenheid zijn. De enkele subjectieve vrees van verzoeker volstaat niet. De rechtbank concludeerde dat het niet toestaan van stukken en de procesvoering geen objectieve grond voor wraking vormden. Het verzoek werd daarom afgewezen en de procedure werd voortgezet in de oorspronkelijke stand.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen mr. E.J. Oostdijk is afgewezen wegens ontbreken van objectieve aanwijzingen van vooringenomenheid.