ECLI:NL:RBGRO:2012:BX4462
Rechtbank Groningen
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing huurprijsvermindering en toewijzing betaling resterende huur na opzegging huurovereenkomst
In deze zaak stond de beëindiging van een huurovereenkomst tussen een besloten vennootschap en een huurder centraal. De huurder had de overeenkomst met terugwerkende kracht opgezegd vanwege vermeende intimidatie en bedreigingen, maar kon dit niet bewijzen. De kantonrechter oordeelde dat de opzegging geldig was per 1 april 2012, waarna de huurder tot die datum huur verschuldigd was.
Daarnaast vorderde de huurder een huurprijsvermindering van 30% wegens een zogenaamd gebrek aan het gehuurde. De kantonrechter wees deze vordering af omdat de huurprijs reeds onder de maximale redelijke huurprijs lag, zoals vastgesteld door de Huurcommissie. Ook andere vorderingen van de huurder werden afgewezen wegens onvoldoende onderbouwing.
De kantonrechter veroordeelde de huurder tot betaling van het resterende huurbedrag van €1.558,14, vermeerderd met wettelijke rente, en compenseerde de proceskosten zodat elke partij haar eigen kosten draagt. Het vonnis werd uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
Uitkomst: Huurprijsvermindering afgewezen; huurder veroordeeld tot betaling resterende huur en rente.