ECLI:NL:RBGRO:2012:BX5696

Rechtbank Groningen

Datum uitspraak
24 augustus 2012
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
Awb 12-794
Instantie
Rechtbank Groningen
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 2.1.2.2 APVArt. 2.4.26 APVArt. 7 Wet openbare manifestatiesArt. 8:81 AwbArt. 8:83 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing voorlopige voorziening tegen beëindiging niet tijdig aangemelde betoging

Op 23 augustus 2012 vond een betoging plaats in de gemeente Vlagtwedde die niet tijdig was aangemeld zoals vereist door de Algemene Plaatselijke Verordening (APV). Verweerder, de burgemeester, gaf op 24 augustus 2012 opdracht de manifestatie onmiddellijk te beëindigen en uiteen te gaan. Verzoekers maakten bezwaar en vroegen de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening om de uitvoering van dit besluit te schorsen.

De voorzieningenrechter stelde vast dat de betoging niet tijdig was aangemeld, waardoor verweerder bevoegd was het besluit tot beëindiging te nemen op grond van de APV en de Wet openbare manifestaties. Verzoekers stelden dat de 48-uurs aanmeldeis strijdig was met het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens, maar deze grief werd verworpen wegens gebrek aan onderbouwing.

Daarnaast oordeelde de voorzieningenrechter dat verzoekers geen spoedeisend belang hadden bij de gevraagde voorziening, mede omdat verweerder bereid was onder voorwaarden een alternatieve locatie voor de betoging aan te bieden. Gezien deze omstandigheden werd het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen. Tegen deze uitspraak stond geen rechtsmiddel open.

Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat de betoging niet tijdig was aangemeld en verweerder bevoegd was deze te beëindigen.

Uitspraak

RECHTBANK GRONINGEN
Sector Bestuursrecht
Enkelvoudige kamer
Zaaknummer: AWB 12/794
van de voorzieningenrechter van de rechtbank Groningen inzake het verzoek om toepassing van artikel 8:81, eerste lid, Algemene wet bestuursrecht (Awb) van 23 augustus 2012
inzake het geschil tussen
(...), verzoekers,
(gemachtigde: mr. M.A.R. Schuckink Kool)
en
de burgemeester van de gemeente Vlagtwedde, verweerder,
(gemachtigde mr. J.D. Leerink)
ten aanzien van het besluit van 24 augustus 2012.
Procesverloop
Op 23 augustus 2012 is een betoging ontstaan op en aan de Ter Apelervenen te Ter Apel, gemeente Vlagtwedde.
Bij besluit van 24 augustus 2012 (het bestreden besluit) heeft verweerder de deelnemers van de manifestatie de opdracht gegeven deze terstond te beëindigen en uiteen te gaan.
Bij brief van 24 augustus 2012 hebben verzoekers bezwaar gemaakt tegen dit besluit.
Tevens hebben zij de voorzieningenrechter om 12.58 uur verzocht onmiddellijk de voorlopige voorziening te treffen dat de uitvoering van het bestreden besluit wordt geschorst totdat de zaak op een zitting kan worden behandeld.
Bij brief van 24 augustus 2012 hebben verzoekers een betoging bij verweerder aangemeld.
Verweerder heeft bij brief van 24 augustus 2012 gereageerd op het verzoek. Verweerder heeft daarin in een op 14.39 uur verzonden faxbericht aangegeven bereid te zijn de uitvoering van het besluit op te schorten, indien door verzoekers wordt voldaan aan de voorwaarde dat zij 24 augustus 2012 vóór 16.00 uur de betoging verplaatsen naar het evenemententerrein in Sellingen en dat de betoging voor wat betreft het aantal deelnemers en het aantal tenten e.d. geen grotere omvang krijgt dan zoals door de politie zal worden geregistreerd. Dit uitstel geldt gedurende de termijn van 48 uur, welke ingevolge de Algemene Plaatselijke Verordening (hierna: APV) van verweerders gemeente van toepassing is.
Beoordeling
1. Ingevolge artikel 8:81, eerste lid, Algemene wet bestuursrecht (Awb) kan de voorzieningenrechter van de rechtbank die bevoegd is of kan worden in de hoofdzaak, indien tegen een besluit bij de rechtbank beroep is ingesteld dan wel, voorafgaand aan een mogelijk beroep bij de rechtbank, bezwaar is gemaakt of administratief beroep is ingesteld, op verzoek een voorlopige voorziening treffen indien onverwijlde spoed, gelet op de betrokken belangen, dat vereist.
2. De voorzieningenrechter overweegt als volgt.
Ingevolge artikel 2.1.2.2, eerste lid, van de APV dient degene die het voornemen heeft op een openbare plaats een betoging te houden, daarvan voor de openbare aankondiging ervan en ten minste 48 uur voordat deze gehouden wordt schriftelijk kennis te geven aan de burgemeester.
Ingevolge artikel 2.4.26 van de APV is het verboden om al dan niet met gebruikmaking van enige vorm van beschutting, waaronder in ieder geval begrepen het gebruik van een voertuig, op of aan de weg en/of in de openbare ruimte van de Gemeente Vlagtwedde tussen zonsondergang en zonsopgang te liggen of te slapen buiten de daartoe door het bevoegde gezag aangewezen of geautoriseerde plaatsen en tussen zonsopgang en zonsondergang te liggen of te slapen, nadat door de ter zake bevoegde opsporingsambtenaar of toezichthouder in het belang van de openbare orde of veiligheid is aangezegd dat dit moet worden beëindigd.
Ingevolge artikel 7, aanhef en onder a, van de Wet openbare manifestaties kan de burgemeester aan degenen die een (…) betoging houden of daaraan deelnemen opdracht geven deze terstond te beëindigen en uiteen te gaan indien de vereiste kennisgeving niet is gedaan of een verbod is gegeven.
3. De voorzieningenrechter stelt vast dat de betoging door verzoekers niet tijdig is aangemeld.
4. De voorzieningenrechter is van oordeel dat verweerder daarom bevoegd was op grond van artikel 2.1.2.2, eerste lid, van de APV, in samenhang met artikel 7, aanhef en onder a van de Wet openbare manifestaties de opdracht te geven de manifestatie te beëindigen en uiteen te gaan.
5. Verzoekers menen dat de 48-uurs eis in strijd is met het EVRM.
De voorzieningenrechter verwerpt deze grief, nu deze niet is onderbouwd.
6. Verzoekers menen voorts dat zij een spoedeisend belang hebben omdat zij continuering wensen van de manifestatie.
7. De voorzieningenrechter is van oordeel dat, nu de betoging niet overeenkomstig genoemd artikel in de APV tijdig is aangemeld, een situatie is ontstaan waarin verweerder bevoegd is om de beëindiging ervan te gelasten. De voorzieningenrechter oordeelt verder dat het niet zo kan zijn dat verzoekers door een betoging niet tijdig aan te melden zelf een spoedeisend belang bij een te treffen voorlopige voorziening creëren. Nu verweerder, blijkens het faxbericht van 14.39 uur van zijn gemachtigde, bovendien bereid is gebleken onder voorwaarden, tijdelijk een alternatieve locatie aan te bieden voor de betoging, hetgeen de voorzieningenrechter een aanvaardbare oplossing acht, is de voorzieningenrechter van oordeel dat het spoedeisend belang aan de gevraagde voorziening ontbreekt.
8. De voorziening wordt met toepassing van artikel 8:83, vierde lid, van de Algemene wet bestuursrecht afgewezen.
Beslissing
De voorzieningenrechter wijst het verzoek af.
Deze uitspaak is gedaan door mr. M.W. de Jonge, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. H.W. Wind als griffier.
De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 24 augustus 2012.
griffier, w.g. mr. M.W. de Jonge
Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.
Afschrift verzonden op 24 augustus 2012.