ECLI:NL:RBGRO:2012:BX6414
Rechtbank Groningen
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek partneralimentatie als voorlopige voorziening wegens gewijzigde omstandigheden
Partijen zijn gehuwd op huwelijkse voorwaarden sinds 1986 en waren overeengekomen dat de man vanaf 1 november 2011 een bijdrage in de kosten van levensonderhoud van de vrouw zou betalen, oplopend tot bruto €5.064,- per maand vanaf januari 2012. De vrouw verzocht de rechtbank om een voorlopige voorziening tot verhoging van deze alimentatie.
De man stelde gemotiveerd dat zijn financiële situatie aanzienlijk was verslechterd door daling van inkomsten en dat de vrouw sinds het feitelijk uiteengaan samenwoont met een nieuwe partner, waardoor zij geen aanspraak meer kan maken op partneralimentatie na inschrijving van de echtscheidingsbeschikking.
De rechtbank overwoog dat hoewel artikel 1:160 BW Pro formeel nog niet van toepassing is zolang partijen gehuwd zijn, de feitelijke situatie van de vrouw vergelijkbaar is met die situatie. Gezien haar samenwoning met haar nieuwe partner en de verwachting dat zij op korte termijn geen aanspraak meer kan maken op alimentatie, is zij reeds in staat om in haar eigen levensonderhoud te voorzien.
De rechtbank concludeerde dat er voldoende wijziging van omstandigheden is en dat het verzoek van de vrouw om een voorlopige voorziening voor partneralimentatie moet worden afgewezen. De vrouw moet anticiperen op het einde van haar alimentatieplicht en heeft dit ook gedaan.
Uitkomst: Het verzoek van de vrouw tot vaststelling van partneralimentatie als voorlopige voorziening wordt afgewezen.