ECLI:NL:RBGRO:2012:BY5967
Rechtbank Groningen
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging overeenkomst wegens dwaling afgewezen, betaling abonnementskosten toegewezen
De zaak betreft een geschil tussen Marjoc I B.V. en [A] over de geldigheid van afgesloten abonnementsovereenkomsten. [A] stelde dat zij onder dwang en bedreiging door [B] tot het aangaan van de overeenkomsten was aangezet en beriep zich op vernietiging van de overeenkomst op grond van artikel 3:44 lid 1 BW Pro. Marjoc verweerde zich met een beroep op artikel 3:44 lid 5 BW Pro, stellende dat zij geen reden had om het bestaan van bedreiging te vermoeden.
De kantonrechter overwoog dat het bewijs van dwang en bedreiging voldoende aannemelijk was, maar dat Marjoc geen aanleiding had om het bestaan daarvan te vermoeden. Het vonnis uit een eerdere strafzaak werd buiten beschouwing gelaten omdat het te laat was ingebracht. Er was onvoldoende concreet gesteld dat [A] vergezeld was van [B] bij het sluiten van de overeenkomst of dat meerdere overeenkomsten waren gesloten.
De kantonrechter concludeerde dat het beroep op vernietiging niet slaagde omdat de overeenkomst binnen de risicosfeer van [A] viel. Vervolgens werd [A] veroordeeld tot betaling van de onbetaalde abonnementskosten over de maanden juni tot en met september 2011, vermeerderd met contractuele rente. De buitengerechtelijke incassokosten werden afgewezen wegens onvoldoende bewijs. [A] werd veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De overeenkomst wordt niet vernietigd en [A] wordt veroordeeld tot betaling van onbetaalde abonnementskosten met rente en proceskosten.