ECLI:NL:RBGRO:2012:BY9437
Rechtbank Groningen
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopig getuigenverhoor wegens onvoldoende concreetheid
Verzoekers hebben bij de rechtbank Groningen een verzoek ingediend tot het gelasten van een voorlopig getuigenverhoor om te onderzoeken of verweerder toerekenbaar tekort is geschoten in zijn verplichtingen als financieel adviseur.
Tijdens de mondelinge behandeling heeft verweerder bezwaar gemaakt tegen het verzoek, stellende dat het onvoldoende concreet is en dat verzoekers reeds op de hoogte zijn van de inhoud van de verklaringen van de getuigen. De rechtbank overweegt dat een voorlopig getuigenverhoor in beginsel toewijsbaar is indien het verzoek voldoet aan de vereisten van artikel 187 Rv Pro, maar dat verzoekers niet duidelijk hebben omschreven welke feiten zij willen bewijzen.
De rechtbank concludeert dat het verzoek niet voldoet aan de vereisten omdat geen concrete feiten en omstandigheden zijn genoemd die door getuigenbewijs bewezen moeten worden. Tevens acht de rechtbank het verzoek onredelijk belastend en concludeert dat verzoekers reeds voldoende inzicht hebben in hun procespositie. Daarom wordt het verzoek afgewezen en worden verzoekers veroordeeld in de kosten.
Uitkomst: Verzoek tot voorlopig getuigenverhoor wordt afgewezen wegens onvoldoende concreetheid en onredelijke belasting.