ECLI:NL:RBHAA:1999:AF0368

Rechtbank Haarlem

Datum uitspraak
24 augustus 1999
Publicatiedatum
4 april 2013
Zaaknummer
99/397/R 58314
Instantie
Rechtbank Haarlem
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek tot toepassing van schuldsaneringsregeling wegens redelijke kans op schuldbetaling

Verzoeker heeft op 10 augustus 1999 een verzoekschrift ingediend tot toepassing van de schuldsaneringsregeling. Tijdens de terechtzitting van 24 augustus 1999 is verzoeker gehoord en is het proces-verbaal van deze zitting als bewijsstuk betrokken.

De rechtbank constateert dat de vordering van de Rabobank tot onbepaalde tijd is opgeschort en dat er nog mogelijkheden zijn tot kwijtschelding van het staatsgegarandeerde gedeelte, waarvan verzoeker nog geen gebruik heeft gemaakt. Ook zijn er minnelijke regelingen getroffen voor andere schulden, zoals de leenbijstand van de gemeente en een lening waarvoor de vader van verzoeker heeft verklaard deze niet op te zullen eisen.

Gezien de omvang van de overige schulden en de jeugdige leeftijd van verzoeker, acht de rechtbank het aannemelijk dat verzoeker zijn schulden binnen een redelijke termijn kan voldoen, mogelijk met behulp van derden. Verzoeker gaf aan dat schuldsanering zijn psychische rust zou bevorderen, maar de rechtbank oordeelt dat de wetgever de schuldsanering niet voor deze situatie heeft bedoeld.

Daarom wijst de rechtbank het verzoek tot definitieve toepassing van de schuldsaneringsregeling af.

Uitkomst: Het verzoek tot definitieve toepassing van de schuldsaneringsregeling is afgewezen.

Uitspraak

Arrondissementsrechtbank Haarlem
Enkelvoudige kamer
X. te P.
Verzoeker,
heeft op 10 augustus 1999 een verzoekschrift met bijlagen ingediend tot toepassing van de schuldsaneringsregeling.
Ter terechtzitting van 24 augustus 1999 is verzoeker gehoord.
Mede gelet op het proces-verbaal van verhoor van de terechtzitting van 24 augustus 1999, waarvan de inhoud als hier ingevoegd dient te worden beschouwd, is de rechtbank niet van oordeel dat verzoeker niet zal kunnen voortgaan met het betalen van zijn schulden. Immers, de vordering van de Rabobank is tot onbepaalde tijd opgeschort en in dit kader bestaat er nog de mogelijkheid een kwijtscheldingsprocedure m.b.t. het staatsgegarandeerde gedeelte op te starten waarvan verzoeker tot op heden geen gebruik van heeft gemaakt. Ter zake van de vordering m.b.t. de leenbijstand van de gemeente Y. is een verzoek gedaan deze kwijt te scheiden en inzake de Tante Agaath-lening heeft de vader van verzoeker ter zitting verklaard deze niet op te zullen eisen. Hiermee bestaat voor genoemde schulden vooralsnog een situatie die vergelijkbaar is met een minnelijke regeling. De omvang van de overige schulden is zodanig dat verzoeker, mede gezien zijn jeugdige leeftijd, deze in redelijkheid binnen een afzienbare periode moet kunnen voldoen. Een betalingsregeling, eventueel met behulp van derden, moet daarbij niet uitgesloten worden geacht.
Geconfronteerd met de hierboven vermelde conclusie heeft verzoeker ter zitting verklaard dat het zijn psychische rust ten goede zal komen als hij van zijn schuldenlast wordt bevrijd.
De rechtbank gaat er van uit dat de wetgever, hoewel niet onmiskenbaar, de schuldsanering niet voor deze situatie in het leven heeft geroepen.
Het verzoek tot definitieve toepassing van de schuldsaneringsregeling dient derhalve te worden afgewezen.
Beslissing
De rechtbank:
-wijst het verzoek af.
Gewezen door mr. M.C.M. van Dijk, rechter, lid van genoemde kamer, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 24 augustus 1999 in tegenwoordigheid van de griffier.