ECLI:NL:RBHAA:1999:AF0368
Rechtbank Haarlem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot toepassing van schuldsaneringsregeling wegens redelijke kans op schuldbetaling
Verzoeker heeft op 10 augustus 1999 een verzoekschrift ingediend tot toepassing van de schuldsaneringsregeling. Tijdens de terechtzitting van 24 augustus 1999 is verzoeker gehoord en is het proces-verbaal van deze zitting als bewijsstuk betrokken.
De rechtbank constateert dat de vordering van de Rabobank tot onbepaalde tijd is opgeschort en dat er nog mogelijkheden zijn tot kwijtschelding van het staatsgegarandeerde gedeelte, waarvan verzoeker nog geen gebruik heeft gemaakt. Ook zijn er minnelijke regelingen getroffen voor andere schulden, zoals de leenbijstand van de gemeente en een lening waarvoor de vader van verzoeker heeft verklaard deze niet op te zullen eisen.
Gezien de omvang van de overige schulden en de jeugdige leeftijd van verzoeker, acht de rechtbank het aannemelijk dat verzoeker zijn schulden binnen een redelijke termijn kan voldoen, mogelijk met behulp van derden. Verzoeker gaf aan dat schuldsanering zijn psychische rust zou bevorderen, maar de rechtbank oordeelt dat de wetgever de schuldsanering niet voor deze situatie heeft bedoeld.
Daarom wijst de rechtbank het verzoek tot definitieve toepassing van de schuldsaneringsregeling af.
Uitkomst: Het verzoek tot definitieve toepassing van de schuldsaneringsregeling is afgewezen.