ECLI:NL:RBHAA:2000:AF0374
Rechtbank Haarlem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek schuldsanering wegens niet te goeder trouw ontstaan van strafrechtelijke schulden
Verzoekster heeft een verzoek ingediend tot toepassing van de schuldsaneringsregeling. De rechtbank toetst ambtshalve of verzoekster ten aanzien van het ontstaan en onbetaald laten van schulden te goeder trouw is geweest. Een substantieel deel van de schulden, circa 10.000 gulden van totaal circa 35.372 gulden, bestaat uit strafrechtelijke boetes.
Verzoekster kon geen duidelijke verklaring geven over het ontstaan van deze boetes en andere vorderingen. De rechtbank acht verzoekster niet te goeder trouw ten aanzien van de strafrechtelijke schulden, mede omdat zij geen gebruik heeft gemaakt van de rechtsgang tegen deze boetes en deze terecht zijn opgelegd. Uit jurisprudentie volgt dat strafrechtelijke boetes niet zijn uitgezonderd van de schuldsaneringsregeling, waardoor een schone lei ook voor deze boetes zou gelden.
De rechtbank overweegt dat dit zou leiden tot feitelijke straffeloosheid, wat niet de bedoeling van de wetgever is. Daarnaast rijzen ernstige twijfels over de goede trouw bij andere schulden vanwege het gedrag van verzoekster, zoals het niet betalen van huur, energierekening en ziektekostenverzekering.
Gelet op het grote aandeel strafrechtelijke schulden en twijfels over de goede trouw, wijst de rechtbank het verzoek tot schuldsanering af. Zodra de strafrechtelijke schulden zijn afgebouwd kan een nieuw verzoek worden ingediend.
Uitkomst: Het verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling wordt afgewezen wegens niet te goeder trouw ontstaan van strafrechtelijke schulden.