ECLI:NL:RBHAA:2000:AF0385
Rechtbank Haarlem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot toepassing schuldsaneringsregeling wegens gebrek aan goede trouw en recent faillissement
Verzoekers hebben een verzoek ingediend tot toepassing van de schuldsaneringsregeling. De rechtbank toetst ambtshalve of verzoekers te goeder trouw zijn geweest bij het ontstaan en het onbetaald laten van hun schulden, zoals voorgeschreven in artikel 288 lid 2 Faillissementswet Pro.
De totale schuldenlast van verzoekers bedraagt ruim 1,35 miljoen gulden, waaronder hypotheken bij Nederlandse en Belgische banken en belastingschulden in België. Verzoekers zijn in België failliet verklaard in 1993, met een faillissement dat in 1997 eindigde. Kort na het faillissement kochten zij een woning in Nederland met een hypotheek die zij later verhoogden zonder duidelijke besteding van het extra geleende bedrag.
De rechtbank oordeelt dat verzoekers onvoldoende inzicht hebben gegeven in het beheer van hun faillissement en dat het onduidelijk is waarom de Belgische hypotheekhouder haar vordering niet op het onderpand kon verhalen. Tevens is het onduidelijk waaraan de verhoogde hypotheek is besteed, waarbij ook privé-uitgaven zijn gedaan. Gezien deze omstandigheden acht de rechtbank verzoekers niet te goeder trouw en wijst het verzoek af wegens recente faillissementsgeschiedenis.
Uitkomst: Verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling wordt afgewezen wegens gebrek aan goede trouw en recent faillissement.