ECLI:NL:RBHAA:2000:AF0387
Rechtbank Haarlem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot toepassing wettelijke schuldsaneringsregeling wegens onvoldoende vertrouwen in nakoming verplichtingen
Verzoekers X. en Y., gehuwd in gemeenschap van goederen, hebben een verzoek ingediend tot toepassing van de wettelijke schuldsaneringsregeling vanwege hun benarde financiële situatie. Tijdens de zitting heeft verzoekster blijk gegeven van motivatie voor schuldsanering, maar verzoeker wekte onvoldoende vertrouwen dat hij zijn verplichtingen zal nakomen.
De schulden betreffen onder meer achterstallige wegenbelasting, ziektekostenverzekering, huur, energie en telefoonkosten. Verzoekers maakten eerder gebruik van budgetbeheer, maar hebben dit beëindigd vanwege praktische bezwaren. Verzoeker gaf aan niet meer van budgetbeheer gebruik te willen maken, ondanks dat hij machtigingen heeft verleend voor directe betaling van vaste lasten.
De rechtbank constateert dat verzoeker de schuldsanering vooral als een negatieve keuze ziet en niet bereid lijkt zich aan de voorwaarden te houden. Zijn agressieve gedrag tijdens de zitting en de beëindiging van budgetbeheer zonder inzicht in de ontstane schulden leiden tot de conclusie dat er gegronde vrees bestaat dat hij zijn verplichtingen niet zal nakomen.
Omdat verzoekers in gemeenschap van goederen zijn gehuwd, kan ook verzoekster niet worden toegelaten tot schuldsanering. De rechtbank wijst het verzoek daarom af, maar wijst op mogelijke alternatieven zoals een minnelijke regeling of opheffing van de gemeenschap van goederen.
Uitkomst: Het verzoek tot toepassing van de wettelijke schuldsaneringsregeling wordt afgewezen wegens gegronde vrees dat verzoeker zijn verplichtingen niet zal nakomen.