ECLI:NL:RBHAA:2001:AB0750
Rechtbank Haarlem
- Eerste aanleg - meervoudig
- Th. Seylhouwer
- A.C. Terwiel-Kuneman
- W.J. van Brussel
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit WW-uitkering wegens onjuiste fictieve opzegtermijn
Eiseres, sinds 1977 in dienst bij haar werkgever, kreeg bij ontbinding van haar arbeidsovereenkomst per 1 augustus 1999 een vergoeding toegekend. Zij vroeg een WW-uitkering aan vanaf 7 juli 1999, maar de uitkeringsinstantie weigerde deze over de periode 11 juni tot 1 november 1999 op grond van een fictieve opzegtermijn.
Eiseres stelde dat bij het bepalen van deze fictieve opzegtermijn artikel 7:672 BW Pro (zoals sinds 1 januari 1999) moet gelden en dat artikel XXI van de overgangsbepalingen van de Wet Flexibiliteit en zekerheid buiten beschouwing moet blijven. Verweerder betoogde juist dat artikel XXI als lex specialis de fictieve opzegtermijn bepaalt en daarom moet worden toegepast.
De rechtbank oordeelde dat artikel 16, derde lid, van de WW enkel verwijst naar artikel 7:672 BW Pro en niet naar artikel XXI van de overgangsbepalingen. Omdat de arbeidsovereenkomst door ontbinding van de kantonrechter is geëindigd zonder opzeggingshandeling, is artikel 7:672, eerste lid, BW niet van toepassing. De fictieve opzegtermijn bedraagt derhalve drie maanden, gebaseerd op artikel 7:672, tweede en vierde lid, BW.
Hierdoor is het besluit van verweerder onjuist en vernietigt de rechtbank dit besluit. Verweerder moet een nieuw besluit nemen met inachtneming van deze uitspraak. Tevens veroordeelt de rechtbank verweerder tot betaling van proceskosten en griffierecht aan eiseres.
Uitkomst: Het besluit om geen WW-uitkering toe te kennen over de periode 11 juni tot 1 november 1999 wordt vernietigd en verweerder moet een nieuw besluit nemen.