ECLI:NL:RBHAA:2001:AB1608
Rechtbank Haarlem
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- F.F.W. Brouwer
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit beëindiging bijstandsuitkering wegens verblijf zonder vergunning
De rechtbank Haarlem behandelde een zaak waarin verzoekster bezwaar maakte tegen het besluit van het college van burgemeester en wethouders van Zaanstad om haar bijstandsuitkering te beëindigen wegens het ontbreken van een geldig verblijfsdocument. Verzoekster verbleef sinds 1996 in Nederland, was gehuwd geweest met een Nederlander en had een minderjarige zoon met de Nederlandse nationaliteit. Na het beëindigen van het huwelijk en het vertrek uit de echtelijke woning, werd haar verblijfsvergunning niet verlengd en haar aanvraag om humanitaire verblijfsvergunning buiten behandeling gesteld.
B&W Zaanstad stelde dat er geen dringende redenen waren om bijstand te verlenen aan verzoekster of haar zoon, mede omdat er sprake zou zijn van een voorliggende voorziening in de vorm van een maatregel van justitiële kinderbescherming en omdat het gezamenlijke ouderlijk gezag bleef bestaan. Verzoekster stelde dat er mishandeling had plaatsgevonden en dat contact met de vader schadelijk zou zijn voor het kind.
De rechtbank oordeelde dat er geen sprake was van een voorliggende voorziening en dat het gezamenlijk gezag niet verhinderde dat bijstand werd toegekend. De verklaringen van het opvangcentrum en Bureau Jeugdzorg maakten aannemelijk dat mishandeling had plaatsgevonden. Verder was vastgesteld dat verzoekster en haar zoon in financiële nood verkeerden en dat het stopzetten van giften een bedreigende situatie voor het kind zou opleveren. Daarom werd het bestreden besluit vernietigd en werd B&W Zaanstad opgedragen bijstand toe te kennen als voorlopige voorziening.
Uitkomst: Het bestreden besluit wordt vernietigd en bijstand wordt toegekend aan de minderjarige zoon als voorlopige voorziening.