ECLI:NL:RBHAA:2001:AB2017
Rechtbank Haarlem
- Kort geding
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid vordering inzake onrechtmatige uitlatingen commissaris der Koningin
Eisers, bestaande uit de vereniging Volendam '80 en haar leden, vorderden dat de commissaris der Koningin zou verklaren dat diens uitlatingen aan de pers over een gesprek over de burgemeester onjuist waren, dan wel een herroeping zou doen. Het geschil betrof uitlatingen waarin de fractie van Volendam '80 werd genoemd als klagers over het functioneren van de burgemeester, met name over brandpreventie.
De rechtbank oordeelde dat eisers ten onrechte de commissaris als natuurlijk persoon hadden gedagvaard, terwijl het geschil handelde over uitlatingen gedaan in diens functie. Omdat de commissaris noch een natuurlijke persoon noch een rechtspersoon is, hadden eisers de Provincie als openbaar rechtspersoon moeten dagvaarden. Daarom werden zij niet-ontvankelijk verklaard.
Desondanks gaf de rechtbank inhoudelijk oordeel: het gesprek op 2 november 2000 betrof het functioneren van de burgemeester, maar het onderwerp brandpreventie was niet besproken volgens de verklaring van eisers. De uitlatingen van de commissaris dat brandpreventie als voorbeeld was genoemd, werden veronderstellenderwijs als onjuist aangenomen, maar dit werd niet als onrechtmatig jegens eisers beoordeeld.
De rechtbank stelde dat de uitlatingen van de commissaris zelf niet de indruk wekten dat eisers verantwoordelijk waren voor ambtelijke tekortkomingen die tot de ramp van 1 januari 2001 leidden. De journalistieke interpretaties waren subjectief en konden niet aan de commissaris worden toegerekend.
Daarom werden de vorderingen afgewezen en eisers veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Eisers worden niet-ontvankelijk verklaard in hun vordering en veroordeeld in de proceskosten.