ECLI:NL:RBHAA:2001:AD3268
Rechtbank Haarlem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid erfgenamen in verzoek tot beëindiging alimentatieverplichting na overlijden onderhoudsplichtige
De zaak betreft een verzoek van de erfgenamen van een overleden man om vast te stellen dat de alimentatieverplichting van de man jegens zijn ex-echtgenote reeds was geëindigd vanwege haar samenwoning met een ander als waren zij gehuwd. De verzoekers, bestaande uit de partner, zoon en dochter van de man, vorderden tevens terugbetaling van reeds betaalde alimentatie.
De vrouw voerde verweer en betwistte de samenwoning als gehuwd. Zij stelde dat de man tijdens zijn leven geen rechtsvordering had ingesteld en dat het verzoek misbruik van procesrecht betrof. De rechtbank oordeelde dat de onderhoudsverplichting een verplichting van hoogstpersoonlijke aard is die eindigt door het overlijden van de onderhoudsplichtige. Dit recht en de verplichting zijn niet overdraagbaar op erfgenamen.
Daarmee zijn de erfgenamen niet gerechtigd om deze procedure voort te zetten. De rechtbank verklaarde de verzoekers niet-ontvankelijk en veroordeelde hen in de proceskosten. De overige stellingen bleven onbesproken omdat de niet-ontvankelijkheid doorslaggevend was.
Uitkomst: De erfgenamen worden niet-ontvankelijk verklaard in hun verzoek tot beëindiging van de alimentatieverplichting en worden veroordeeld in de proceskosten.