ECLI:NL:RBHAA:2001:AD3812
Rechtbank Haarlem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige machtiging tot opname in psychiatrisch ziekenhuis
De officier van justitie verzocht de rechtbank Haarlem om een voorlopige machtiging te verlenen voor opname en verblijf van betrokkene in een psychiatrisch ziekenhuis. Primair werd een voorwaardelijke machtiging gevraagd, waarbij betrokkene thuis zou kunnen verblijven onder voorwaarden, met opname bij niet-naleving. Dit is echter niet wettelijk geregeld en de rechtbank achtte het verlenen van een voorlopige machtiging onder voorwaarden in strijd met de Wet BOPZ.
Subsidiair werd een gewone voorlopige machtiging gevraagd. De psychiater gaf aan dat er geen onmiddellijk gevaar was, maar dat er op grond van het verleden problemen te verwachten waren. Er waren in de maand juni geen meldingen van overlast geweest. De rechtbank concludeerde dat onvoldoende was aangetoond dat betrokkene een geestesstoornis had die een gevaar opleverde dat niet zonder opname kon worden afgewend.
De rechtbank wees daarom de vordering van de officier van justitie af. Hiermee werd het verzoek tot voorlopige machtiging tot opname in een psychiatrisch ziekenhuis niet toegewezen, conform de wettelijke kaders en jurisprudentie van de Hoge Raad.
Uitkomst: De rechtbank wijst de vordering tot voorlopige machtiging tot opname in een psychiatrisch ziekenhuis af wegens onvoldoende bewijs van direct gevaar.