ECLI:NL:RBHAA:2002:AD9795
Rechtbank Haarlem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vaststelling verhoging kinderalimentatie na beëindiging partneralimentatie
Partijen zijn gescheiden en hebben een convenant gesloten waarin afspraken zijn gemaakt over partner- en kinderalimentatie. De vrouw verzoekt verhoging van de kinderalimentatie naar ƒ 550,- per kind per maand, omdat de partneralimentatie is komen te vervallen. De man betwist dit en stelt dat de vrouw geen behoefte meer heeft aan partneralimentatie en dat de verhoging niet aan de orde is omdat de vrouw niet is hertrouwd of samenwoont.
De rechtbank overweegt dat partijen bewust zijn afgeweken van de wettelijke maatstaven om fiscale voordelen te behalen en dat het convenant voorziet in verhoging van de kinderalimentatie bij het wegvallen van partneralimentatie. De vrouw heeft afstand gedaan van partneralimentatie, maar dit leidt niet tot het achterwege blijven van de hogere kinderalimentatie.
De man heeft onvoldoende gesteld om een beroep op dwaling te honoreren en erkent voldoende draagkracht te hebben. Het inkomen van de vrouw is lager dan de bijstandsnorm, zodat zij geen substantiële bijdrage kan leveren. De rechtbank bepaalt dat de man met ingang van 1 juli 2001 de verhoogde kinderalimentatie van € 248,16 per kind per maand moet betalen, vermeerderd met eventuele uitkeringen ten behoeve van de kinderen.
Uitkomst: De man moet de kinderalimentatie verhogen tot € 248,16 per kind per maand vanaf 1 juli 2001 en de partneralimentatie vervalt.