ECLI:NL:RBHAA:2002:AE1188
Rechtbank Haarlem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- R.G. Kemmers
- Rechtspraak.nl
Rechtbank verklaart zich onbevoegd inzake verzoek gezagswijziging minderjarige woonachtig in VS
De man verzocht de rechtbank om het gezag over zijn minderjarige kind te wijzigen zodat hij het gezag alleen zou krijgen, of subsidiair om een omgangsregeling vast te stellen. De vrouw woont met de minderjarige in de Verenigde Staten en is daar hertrouwd met een Amerikaans staatsburger.
De rechtbank stelde vast dat de minderjarige zijn gewone verblijfplaats in de Verenigde Staten heeft en dat de VS geen partij zijn bij het Haags Kinderbeschermingsverdrag van 1961, waardoor dit verdrag formeel niet van toepassing is. De Nederlandse rechter is op grond van artikel 429c lid 15 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (oud) niet bevoegd omdat het verzoek onvoldoende aanknopingspunten heeft met de Nederlandse rechtsorde.
De rechtbank overwoog dat er geen gezagsvacuüm is omdat beide ouders gezamenlijk gezag hebben en de minderjarige bij de moeder verblijft. Tevens was onvoldoende aannemelijk gemaakt dat de belangen van de minderjarige in de VS worden verwaarloosd, zodat geen reden was om af te wijken van de hoofdregel dat de autoriteiten van het land van gewone verblijfplaats primair bevoegd zijn.
De rechtbank verklaarde zich daarom onbevoegd het verzoek te behandelen en wees het verzoek af. De vrouw heeft geen verweer gevoerd.
Uitkomst: De rechtbank verklaart zich onbevoegd en wijst het verzoek tot wijziging van het gezag en omgangsregeling af.