ECLI:NL:RBHAA:2002:AE6898
Rechtbank Haarlem
- Verstek
- Rechtspraak.nl
Ontslag van rechtsvervolging wegens onvoldoende concreet verbod op taxidiensten op luchthaven Schiphol
Op 16 mei 2002 bood de verdachte op het luchthaven terrein van Schiphol, in terminal 1 aankomsthal landzijde, zijn taxidiensten aan door de woorden "taxi, taxi" uit te spreken tegen aanwezige personen zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de exploitant. Dit werd vastgesteld aan de hand van verklaringen van Koninklijke Marechaussee en een bedrijfsvoeringsmanager van Schiphol.
De kantonrechter oordeelde dat het aanbieden van taxidiensten door het uitspreken van "taxi, taxi" als het uitoefenen van bedrijfsactiviteiten valt te kwalificeren, en dat het verbod op het uitoefenen van bedrijfsactiviteiten zonder schriftelijke toestemming van de exploitant van toepassing is. Echter, de rechter stelde vast dat de verbodsbepaling in het Aanvullend Luchthaven Reglement Luchthaven Schiphol (ALRLS) een onbegrensde reikwijdte heeft die ook toegangswegen omvat, waardoor het onduidelijk is voor taxichauffeurs waar zij wel of niet aan het verbod voldoen.
Deze onduidelijkheid leidt tot het niet voldoen aan het lex certa-vereiste, waardoor het verbod onvoldoende concreet en duidelijk is om strafrechtelijk gehandhaafd te worden. Bovendien versterkt de inwerkingtreding van de Wet Personenvervoer 2000 deze onduidelijkheid. Daarom verklaarde de kantonrechter het bewezen feit niet strafbaar en ontsloeg de verdachte van alle rechtsvervolging.
Uitkomst: Verdachte wordt ontslagen van alle rechtsvervolging wegens onvoldoende concreet verbod op het aanbieden van taxidiensten op luchthaven Schiphol.