ECLI:NL:RBHAA:2002:AE7944
Rechtbank Haarlem
- Raadkamer
- Van Waesberghe
- Rechtspraak.nl
Verzoek tot vergoeding rechtsbijstandskosten na vrijspraak afgewezen behalve forfaitaire vergoeding voor verzoekschrift
Verzoekster heeft na haar vrijspraak in een strafzaak een verzoek ingediend tot vergoeding van haar kosten voor rechtsbijstand en de kosten van het indienen van het verzoekschrift. De rechtbank heeft beoordeeld dat verzoekster in aanmerking kwam voor gesubsidieerde rechtsbijstand via een toevoeging, waardoor de gemaakte kosten niet noodzakelijk waren.
De rechtbank overwoog dat verzoekster de voorkeur had voor een advocaat van eigen keuze, maar dat dit niet verhinderde dat zij een toevoeging had kunnen krijgen. Er was geen bewijs dat de advocaat geweigerd zou hebben op toevoegingsbasis te werken. De rechtbank verwees naar jurisprudentie van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens en de Hoge Raad, en concludeerde dat geen gronden van billijkheid aanwezig waren om de gevraagde vergoeding toe te kennen.
Wel werd een forfaitaire vergoeding van EUR 540,- toegekend voor de kosten van het indienen en toelichten van het verzoekschrift, omdat hiervoor geen toevoeging wordt verleend. Het overige verzoek tot vergoeding werd afgewezen.
Uitkomst: Verzoek tot vergoeding van rechtsbijstandskosten afgewezen behalve forfaitaire vergoeding van EUR 540,- voor het verzoekschrift.