ECLI:NL:RBHAA:2002:AE8931
Rechtbank Haarlem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- F.J.P. Veenhof
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot ontslag van testamentaire bewindvoerders wegens ontbreken opvolger
De rechtbank Haarlem behandelde op 2 oktober 2002 een verzoek van twee bewindvoerders om ontslag te krijgen van hun taak als bewindvoerders over het vermogen van [rechthebbende], een meerderjarige erfgenaam van haar overleden moeder. Het testament van de moeder stelde een bewind in dat eindigt bij het bereiken van de 22-jarige leeftijd van [rechthebbende].
De bewindvoerders stelden dat het belang van [rechthebbende] niet gediend is met het voortzetten van hun taak, mede vanwege conflicten met adviseurs van [rechthebbende]. Zij verzochten tevens om opheffing van het bewind. De kantonrechter oordeelde dat opheffing van een testamentair bewind onder het toen geldende recht niet mogelijk is omdat het testament hierover geen voorzieningen bevat en de nieuwe wettelijke regeling (artikel 4:178 BW Pro) nog niet van toepassing was.
Met betrekking tot het ontslag van de bewindvoerders overwoog de kantonrechter dat ontslag alleen mogelijk is indien een opvolger bij notariële akte is benoemd, wat nog niet was gebeurd. Hoewel alle betrokkenen het eens waren over het ontslag, moest het verzoek worden afgewezen. De bewindvoerders werden opgedragen zo spoedig mogelijk een opvolger te benoemen.
De kantonrechter wees het verzoek tot ontslag af en stelde dat de bewindvoerders hun slotrekening en verantwoording op een nader te bepalen datum moeten afleggen.
Uitkomst: Het verzoek tot ontslag van de bewindvoerders wordt afgewezen omdat nog geen opvolger bij notariële akte is benoemd.