ECLI:NL:RBHAA:2002:AF0088
Rechtbank Haarlem
- Hoger beroep
- Toeter
- Sicking
- Wolfs
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak verkeersleiders Schiphol na gevaarzetting door onjuiste luchtverkeersleiding
Op 10 december 1998 gaven drie verdachten, werkzaam als assistent-verkeersleider, aspirant-verkeersleider en verkeersleider op Schiphol, luchtverkeersleiding die leidde tot gevaarzetting van personen en zaken. Zij gaven toestemming voor het kruisen van een landingsbaan door een marshaller met een gesleept vliegtuig, terwijl een passagiersvliegtuig toestemming kreeg op te stijgen. Door het slechte zicht kon de verkeerstoren de situatie niet visueel controleren.
De rechtbank achtte wettig en overtuigend bewezen dat de verdachten handelingen verrichtten die het gevaar veroorzaakten. De verdediging voerde verschoonbare dwaling aan, maar dit werd verworpen omdat de verdachten extra voorzichtig hadden moeten zijn gezien de omstandigheden en hun verantwoordelijkheden. De rechtbank erkende dat de voorzieningen in de verkeerstoren destijds niet optimaal waren.
Hoewel de feiten strafbaar waren, oordeelde de rechtbank dat geen straf of maatregel aan de verdachten moest worden opgelegd, mede vanwege de omstandigheden, het ontbreken van eerdere veroordelingen en het feit dat het een proefproces betrof. De verdachten werden vrijgesproken van andere tenlastegelegde feiten die niet bewezen waren.
Uitkomst: Verdachten werden vrijgesproken ondanks bewezen gevaarzetting door onjuiste luchtverkeersleiding onder slechte zichtomstandigheden.