ECLI:NL:RBHAA:2002:AH8912
Rechtbank Haarlem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Bewijsvereiste echtscheiding voor huwelijksaangifte bij onmogelijkheid officieel bewijs te overleggen
Verzoekers vroegen de rechtbank te verklaren dat de man niet meer gehuwd is en dat er geen belemmeringen zijn voor een nieuw huwelijk, ondanks het ontbreken van een officieel bewijsstuk van echtscheiding uit Ethiopië. De man kon geen officieel bewijs overleggen omdat de Nederlandse ambassade aangaf dat het verkrijgen van dergelijke papieren vrijwel onmogelijk is.
De ambtenaar van de burgerlijke stand weigerde de huwelijksaangifte op te maken omdat volgens haar een officieel bewijsstuk vereist is. De rechtbank stelde vast dat de man als gehuwd geweest en gescheiden staat geregistreerd in de gemeentelijke basisadministratie, gebaseerd op zijn eigen verklaring bij aanmelding in Nederland.
De rechtbank oordeelde dat het bewijsvereiste van artikel 1:44 lid 1 onder Pro d BW niet strikt hoeft te worden uitgelegd als een officieel bewijs van echtscheiding uit het land van herkomst, zeker niet als het verkrijgen daarvan onmogelijk is. De eigen verklaring van de man werd als voldoende bewijs geaccepteerd, waardoor geen beletsel bestaat voor het opmaken van de huwelijksaangifte.
De rechtbank wees het verzoek om de ambtenaar te gelasten een akte op te maken af, omdat zij niet kon oordelen over andere bewijsstukken die nodig zijn voor de huwelijksaangifte. Het verzoek werd verder toegewezen en de beschikking werd niet uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
Uitkomst: De rechtbank oordeelt dat de eigen verklaring van de man voldoende bewijs vormt voor het ontbinden van het eerdere huwelijk, waardoor de huwelijksaangifte kan worden opgemaakt.