ECLI:NL:RBHAA:2003:AF5284

Rechtbank Haarlem

Datum uitspraak
27 januari 2003
Publicatiedatum
4 april 2013
Zaaknummer
02-837
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 17 WROArt. 19 Bro 1985Art. 2.5.30 lid 4 bouwverordening Zandvoort
Verwijzingen
4 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vernietiging tijdelijke vrijstelling en bouwvergunning jaarrond strandpaviljoen Zandvoort

Eisers, wonende aan de Boulevard Paulus Loot te Zandvoort, maakten bezwaar tegen de tijdelijke vrijstelling en bouwvergunning die de gemeente Zandvoort had verleend voor de oprichting van een jaarrond strandpaviljoen op het strand. Het bestemmingsplan 'Natuur- en Recreatiegebieden' voorziet dat het perceel de bestemming 'Strand' heeft, waarbij alleen bouwwerken ten behoeve van waterstaatsdoeleinden en recreatie zijn toegestaan. Het bouwplan was echter in strijd met dit bestemmingsplan.

De gemeente verleende een tijdelijke vrijstelling op grond van artikel 17 WRO Pro voor maximaal vijf jaar. Eisers maakten bezwaar en stelden dat er geen objectieve feiten en omstandigheden zijn die de tijdelijke aard van de afwijking rechtvaardigen. De rechtbank oordeelde dat het experiment met het jaarrond paviljoen niet garandeert dat het paviljoen na vijf jaar zal worden verwijderd, mede omdat de provincie bereid is medewerking te verlenen aan een permanente vestiging.

De huurovereenkomst met een maximale termijn van vijf jaar bood volgens de rechtbank onvoldoende zekerheid over de tijdelijke aard. Ook was niet gebleken dat het experiment noodzakelijk was om gegevens te verkrijgen over de aanvaardbaarheid en haalbaarheid van het paviljoen. De rechtbank concludeerde dat niet is voldaan aan artikel 19 Bro Pro 1985 en vernietigde het besluit. Tevens werd de gemeente veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten.

Uitkomst: De rechtbank vernietigt het besluit tot tijdelijke vrijstelling en bouwvergunning voor het jaarrond strandpaviljoen en veroordeelt de gemeente tot proceskostenvergoeding.

Uitspraak

reg. nr: Awb 02-837
uitspraakdatum: 27 januari 2003
RECHTBANK HAARLEM, sector bestuursrecht
meervoudige kamer
U I T S P R A A K
in de zaak van:
[eiser] en [eiser],
beiden wonende te [woonplaats],
eisers,
gemachtigde: mr. C.M. Saris, advocaat te Amsterdam,
-- tegen --
burgemeester en wethouders van Zandvoort,
verweerders.
1. Ontstaan en loop van het geding
Bij besluit van 15 januari 2002 hebben verweerders aan [naam persoon] met toepassing van artikel 17 van Pro de Wet op de Ruimtelijke Ordening (WRO) een tijdelijke vrijstelling en bouwvergunning, voor vijf jaren, verleend ten behoeve van het oprichten van een jaarrond paviljoen op het strand in Zandvoort ter hoogte van Boulevard Paulus Loot, perceel 5, strandpaal 66.500 te Zandvoort.
Tegen dit besluit hebben eisers bij brief van 16 januari 2002 bezwaar gemaakt.
Bij besluit van 24 april 2002 hebben verweerders het bezwaar in afwijking van het advies van de commissie voor de bezwaar-en adviesschriften ongegrond verklaard. Wel hebben verweerders in navolging van het advies besloten het besluit van 15 januari 2002 in die zin te wijzigen dat aan de vrijstellingverlening de voorwaarde is verbonden dat de horecagelegenheid niet mag worden gebruikt als discotheek of ten behoeve van houseparty's e.d. en tevens vrijstelling verleend van artikel 2.5.30, lid 4, van de bouwverordening Zandvoort.
Tegen dit besluit hebben eisers bij brief van 5 juni 2002 beroep ingesteld.
Verweerders hebben de op de zaak betrekking hebbende stukken ingezonden en een verweerschrift ingediend.
Het beroep is behandeld ter zitting van 26 november 2002, alwaar eisers in persoon zijn verschenen, bijgestaan door hun gemachtigde. Verweerders hebben zich doen vertegenwoordigen door E.E. Fennema en I. Roselaar, beiden werkzaam bij de afdeling Ontwikkeling en Beheer van de gemeente Zandvoort.
2. Overwegingen
2.1. Het bouwplan voorziet in de plaatsing van een jaarrond strandpaviljoen op het strand van Zandvoort ter hoogte van Boulevard Paulus Loot voor een periode van vijf jaar.
2.2. Eisers wonen aan deze boulevard en hebben uitzicht op het deel van het strand waarop het paviljoen zal worden gebouwd.
2.3. Ter plaatse is het bestemmingsplan 'Natuur- en Recreatiegebieden' van toepassing. Ingevolge dit bestemmingsplan heeft het perceel waarop het bouwplan is geprojecteerd de bestemming 'Strand'. Ingevolge artikel 8, eerste lid, van de planvoorschriften zijn de op de kaart voor de bestemming 'Strand' aangegeven gronden bestemd voor strand en zeewering. Ingevolge artikel 8, derde lid, van de planvoorschriften mogen -voor zover hiervan belang- op deze gronden uitsluitend andere bouwwerken ten behoeve van waterstaatsdoeleinden en recreatie worden opgericht.
2.4. Niet in geschil is dat het bouwplan in strijd is met dit bestemmingsplan. Teneinde de plaatsing van het jaarrond paviljoen mogelijk te maken, hebben verweerders een tijdelijke vrijstelling verleend als bedoeld in artikel 17 van Pro de Wet op de Ruimtelijke Ordening (WRO).
2.5. Ingevolge artikel 17 van Pro de WRO kunnen burgemeester en wethouders -voor zover hier van belang- met het oog op een voor een bepaalde termijn voorgenomen afwijking van een bestemmingsplan voor die termijn vrijstelling verlenen van dat plan. Deze termijn kan, ook na mogelijke verlenging, ten hoogste vijf jaar belopen.
2.6. Ingevolge artikel 19 van Pro het Besluit op de ruimtelijk ordening 1985 (Bro 1985) wordt een vrijstelling als bedoeld in artikel 17 van Pro de wet slechts verleend indien op grond van objectieve feiten en omstandigheden aannemelijk is gemaakt dat het gaat om een tijdelijke afwijking van het bestemmingsplan met een maximum van vijf jaar.
2.7. Naar het oordeel van de rechtbank is in het onderhavige geval geen sprake van objectieve feiten en omstandigheden die de conclusie wettigen dat sprake is van een tijdelijke afwijking. Dat de exploitatie van het jaarrond strandpaviljoen plaatsvindt bij wijze van experiment, maakt geenszins zeker dat het paviljoen na verloop van tijd zal worden verwijderd. Naar verweerders ter zitting hebben aangegeven mag, indien het experiment slaagt, het paviljoen wat hen betreft blijven staan. Daar komt nog bij dat van de kant van de provincie, een van de partijen bij het convenant in het kader waarvan het experiment is gestart, de bereidheid is getoond om bij het slagen van het experiment medewerking te verlenen aan een zodanige herziening van het thans geldende streekplan, dat een permanente vestiging van het jaarrond strandpaviljoen mogelijk wordt. Dat in de met de verhuurder gesloten huurovereenkomst een termijn van maximaal vijf jaar is opgenomen, biedt evenmin voldoende houvast om te kunnen spreken van een tijdelijke voorziening. Het ligt immers in de rede dat de huurovereenkomst bij een gunstige afloop van het experiment zal worden verlengd. Overigens is de rechtbank niet gebleken dat hier sprake is van een zodanig bijzonder geval dat uitsluitend door middel van een experiment als thans voorzien, de ter beoordeling van de aanvaardbaarheid en de haalbaarheid van een op het strand gevestigd jaarrond paviljoen noodzakelijke gegevens kunnen worden verkregen.
2.8. Uit het voorgaande volgt dat niet is voldaan aan artikel 19 Bro Pro 1985. De in artikel 17 WRO Pro bedoelde vrijstelling, en daarmee ook de bouwvergunning, is derhalve ten onrechte verleend. Het beroep is gegrond. Het bestreden besluit moet worden vernietigd. Voorts zijn termen aanwezig voor een proceskostenveroordeling.
3. Beslissing
De rechtbank
3.1. verklaart het beroep gegrond;
3.2. vernietigt het besluit van verweerders van 24 april 2002;
3.3. veroordeelt verweerders in de door eisers gemaakte proceskosten tot een bedrag van in totaal € 644,- , welk bedrag de gemeente Zandvoort aan eisers dient te betalen;
3.4. gelast dat de gemeente Zandvoort aan eisers het door hun betaalde griffierecht van
€ 109,- vergoedt
Deze uitspraak is gedaan door mr. R. van der Spoel, voorzitter van de meervoudige kamer en mrs. G.W.J. Harten en P.B.M. Schrijvers, leden, in tegenwoordigheid van mr. J.A. Lont, als griffier en uitgesproken in het openbaar op 27 januari 2003 in tegenwoordigheid van de griffier.
Afschrift verzonden op:
RECHTSMIDDEL
Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, postbus 20019, 2500 EA Den Haag. Het hoger beroep dient te worden ingesteld door het indienen van een beroepschrift binnen zes weken onmiddellijk liggend na de dag van verzending van de uitspraak door de griffier.