ECLI:NL:RBHAA:2003:AF9900
Rechtbank Haarlem
- Eerste aanleg - meervoudig
- Toeter
- Heidinga
- Goossens
- Rechtspraak.nl
Beslissing over uitleveringsverzoek Frankrijk wegens betrokkenheid bij smokkel van cannabishars
De rechtbank Haarlem behandelde het uitleveringsverzoek van Frankrijk gericht op een Britse verdachte die in Nederland verblijft en wordt verdacht van betrokkenheid bij de invoer, het bezit en transport van cannabishars. Het verzoek betreft de tenuitvoerlegging van een bij verstek gewezen vonnis van het Tribunal de Grande Instance te Boulogne sur Mer uit 1998, waarbij de verdachte is veroordeeld tot twee jaar gevangenisstraf.
De rechtbank stelde vast dat de overgelegde stukken voldoen aan de wettelijke eisen, met voldoende omschrijving van tijd en plaats van de feiten. Frankrijk heeft rechtsmacht en de feiten zijn ook strafbaar naar Nederlands recht, kwalificerend als medeplegen van verboden handel in verdovende middelen volgens de Opiumwet. De verdachte heeft geen onschuld kunnen aantonen en er is een vermoeden van schuld.
De rechtbank oordeelde echter dat voor de douane-overtredingen met betrekking tot smokkel van verboden goederen geen strafbaarstelling bestaat in Nederland, waardoor uitlevering daarvoor ontoelaatbaar is. Voor de feiten met betrekking tot bezit, transport en invoer van cannabishars verklaarde de rechtbank de uitlevering toelaatbaar, mits tijdige aanwending van rechtsmiddelen tegen het verstekvonnis.
De uitspraak werd gewezen door een meervoudige kamer met drie rechters, waarbij één rechter niet medeondertekende. De uitlevering wordt toegestaan voor de straf ten aanzien van de drugsovertredingen, maar niet voor de douane-inbreuken.
Uitkomst: Uitlevering aan Frankrijk is toelaatbaar voor de drugsovertredingen en ontoelaatbaar voor douane-overtredingen.