ECLI:NL:RBHAA:2003:AL7308
Rechtbank Haarlem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- F.J.P. Veenhof
- Rechtspraak.nl
Aansprakelijkheid uitzendbureau en inlener bij arbeidsongeval met trolley
De uitzendkracht was van maart tot juli 1998 via Content B.V. werkzaam bij KLM Catering Services Schiphol B.V. (KCS). Tijdens werkzaamheden op 9 april 1998 kreeg hij een omgevallen trolley op zijn voet, waarna hij tijdelijk arbeidsongeschikt raakte tot 25 april 1998. Medisch onderzoek toonde een genezen osteochondraal fractuurtje en restklachten aan de enkel.
De uitzendkracht stelde een aansprakelijkheidsvordering in tegen zowel het uitzendbureau Content, op grond van artikel 7:658 BW Pro, als tegen KCS, op grond van artikel 6:162 BW Pro. Hij stelde dat KCS onvoldoende veiligheidsmaatregelen had getroffen en dat de werkdruk hoog was. De stelplicht en bewijslast voor het bestaan van schade en causaal verband rusten op de uitzendkracht.
De kantonrechter oordeelde dat het arbeidsongeval vaststaat en dat de uitzendkracht gedurende de periode van 9 tot 25 april 1998 arbeidsongeschikt was. Voor de periode daarna moet de uitzendkracht het verband met het ongeval nog bewijzen. Gedaagden moeten aantonen dat zij aan hun zorgplicht voldeden, maar hebben onvoldoende gesteld over instructies omtrent het verplaatsen van trolleys.
De kantonrechter verwierp het verweer van rechtsverwerking en misbruik van procesrecht. De vordering tegen KCS ligt boven de bevoegdheidsgrens van de kantonrechter, zodat de uitzendkracht zijn vordering moet beperken. De rechtbank gelast een comparitie van partijen om bewijsmogelijkheden te bespreken en een regeling te beproeven. Elke verdere beslissing wordt aangehouden.
Uitkomst: De kantonrechter gelast een comparitie en houdt verdere beslissing aan.