ECLI:NL:RBHAA:2003:AO4487
Rechtbank Haarlem
- Eerste aanleg - meervoudig
- M.J. van Zutphen
- E. de Rooij
- E.A. Mink
- Rechtspraak.nl
Teruggeleiding minderjarige naar Israël wegens ongeoorloofd achterhouden in Nederland
De rechtbank Haarlem behandelde een verzoek tot teruggeleiding van een minderjarige naar Israël, ingediend door de vader via de Centrale Autoriteit. De moeder hield het kind ongeoorloofd achter in Nederland na een vakantie, ondanks een overeenkomst om terug te keren mits geen aanval op Israël plaatsvond. De rechtbank stelde vast dat de vader gezagsrechten heeft en dat het achterhouden van het kind ongeoorloofd is.
De moeder voerde aan dat terugkeer het kind in gevaar zou brengen vanwege de oorlogssituatie en terreurdreiging in Israël. De rechtbank oordeelde echter dat de situatie niet zodanig gevaarlijk was dat de uitzondering van het Verdrag van Den Haag van toepassing was. Medische verklaringen wezen niet op ernstig risico van lichamelijk of geestelijk gevaar voor het kind.
Ook werd vastgesteld dat het kind niet oud of rijp genoeg was om zijn mening over terugkeer doorslaggevend te laten zijn. De rechtbank bepaalde dat het verzoek tot teruggeleiding gegrond was en stelde een termijn voor terugkeer vast. De beschikking werd uitvoerbaar bij voorraad verklaard en het verzoek tot teruggeleiding werd toegewezen.
Uitkomst: De rechtbank beveelt de teruggeleiding van de minderjarige naar Israël uiterlijk 18 december 2003.