ECLI:NL:RBHAA:2003:AR6701
Rechtbank Haarlem
- Kort geding
- C.J. Baas
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorzieningen in agentuurovereenkomst tussen Kojen en ABB
Op 1 augustus 1996 sloten Kojen en Zantingh Energiesystemen B.V. een agentuurovereenkomst waarbij Kojen het exclusieve recht kreeg om in Turkije gasgestookte warmtekrachtcentrales te verkopen en servicecontracten af te sluiten. In 1998 werd Zantingh overgenomen door ABB Ltd., waarna ABB de onderneming voortzette en de overeenkomst stilzwijgend voortzette met Kojen.
In 2003 ontstond een geschil toen ABB het gebruik van haar logo door Kojen verbood en de agentuurovereenkomst wilde wijzigen, waarbij het exclusieve karakter werd weggenomen. Kojen vorderde in kort geding voorlopige voorzieningen om haar positie als agent te beschermen, waaronder het gebruik van productspecificaties en logo's, en een verbod op het omzeilen van haar exclusieve rechten.
De kantonrechter oordeelde dat Kojen belang had bij de gevorderde voorzieningen gedurende de resterende looptijd van de overeenkomst tot 1 augustus 2004. ABB werd bevolen Kojen te voorzien van productspecificaties en het gebruik van haar merken en logo's toe te staan. Tevens werd ABB verboden om buiten Kojen om WKC’s aan Turkse afnemers aan te bieden. De gevorderde dwangsommen en boetes werden gematigd. De vorderingen tegen ABB Zantingh werden afgewezen wegens gebrek aan belang.
De proceskosten werden gecompenseerd en het vonnis werd uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
Uitkomst: Kantonrechter beveelt ABB om Kojen te voorzien van productspecificaties en het gebruik van ABB-logo's toe te staan en verbiedt ABB om exclusieve rechten van Kojen te schenden tot 1 augustus 2004.