ECLI:NL:RBHAA:2004:AO4244
Rechtbank Haarlem
- Raadkamer
- Van Toeter
- Rechtspraak.nl
Verzoek tot verrekening voorlopige hechtenis met opgelegde gevangenisstraf afgewezen voor periode tot pro forma zitting
Verzoeker werd op 17 februari 2003 in verzekering gesteld op verdenking van betrokkenheid bij een overval op een benzinestation. Tijdens politieverhoren en het verhoor door de rechter-commissaris beriep hij zich herhaaldelijk op zijn zwijgrecht, ondanks het voorhouden van belastende verklaringen en videobeelden. De voorlopige hechtenis duurde 129 dagen tot zijn vrijlating op 26 juni 2003.
De strafzaak eindigde met een vrijspraak op 26 juni 2003. Verzoeker vroeg vergoeding van de geleden schade door ten onrechte ondergane vrijheidsbeneming of verrekening van de detentiedagen met een door het gerechtshof opgelegde gevangenisstraf. De officier van justitie stelde een gematigde inwilliging voor, omdat verzoeker door zijn zwijgen een deel van de detentie aan zichzelf te wijten had.
De rechtbank oordeelde dat verzoeker tot aan de pro forma zitting op 13 mei 2003 geen poging had gedaan zijn onschuld te bewijzen en dat deze periode van vrijheidsbeneming aan zichzelf te wijten was. Daarom werden geen dagen van deze periode in mindering gebracht op de straf. Wel achtte de rechtbank het billijk om de 44 dagen na de pro forma zitting in mindering te brengen op de opgelegde gevangenisstraf van 5 jaar en 6 maanden. Het verzoek tot verdere verrekening werd afgewezen.
Uitkomst: Verzoek tot verrekening voorlopige hechtenis met opgelegde straf wordt afgewezen voor periode tot pro forma zitting, maar 44 dagen daarna worden in mindering gebracht.