ECLI:NL:RBHAA:2004:AO4838
Rechtbank Haarlem
- Kort geding
- A.J. van der Meer
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering tot opheffing conservatoir beslag na afwijzing hoofdvordering in hoger beroep
In deze zaak vordert eiser opheffing van conservatoir beslag dat gedaagde heeft gelegd op onroerende zaken van eiser. Het beslag diende ter verzekering van een vordering die door eiser in hoger beroep is verloren, maar waartegen cassatie wordt overwogen.
De voorzieningenrechter overweegt dat het feit dat de hoofdvordering is afgewezen een sterke indicatie geeft voor ondeugdelijkheid, maar dit leidt niet automatisch tot opheffing van het beslag. De belangen van beide partijen moeten worden afgewogen, waarbij het belang van de beslagdebiteur bij opheffing en het belang van de beslaglegger bij handhaving worden meegewogen.
Eiser stelt een dringend belang bij opheffing wegens wens tot oversluiten van hypothecaire lening, maar dit belang wordt niet aannemelijk geacht gezien zijn financiële situatie en het aanbod van gedaagde om mee te werken aan oversluiting. Gedaagde heeft een belang bij handhaving van het beslag voor zekerheid.
Het cassatieadvies wijst op motiveringsgebreken in het arrest van het hof, waardoor de vordering niet summierlijk ondeugdelijk is. Gezien deze omstandigheden wijst de voorzieningenrechter de vordering tot opheffing van het beslag af en veroordeelt eiser in de kosten.
Uitkomst: De vordering tot opheffing van het conservatoir beslag wordt afgewezen.