ECLI:NL:RBHAA:2004:AO9606
Rechtbank Haarlem
- Voorlopige voorziening
- A.C.M. Rutten
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid verzoek voorlopige voorziening tegen uitlatingen minister over ambtenaar
Verzoeker, clusterdirecteur bij het Ministerie van Justitie en voorzitter van een vakvereniging, stelde bezwaar en verzocht om een voorlopige voorziening tegen uitlatingen van de minister in een radio-interview en tijdens het mondelinge vragenuur in de Tweede Kamer. Hij stelde dat deze uitlatingen onzorgvuldig waren en zijn functioneren onjuist weergaven.
De voorzieningenrechter oordeelde dat de uitlatingen van de minister niet als een besluit of een daarmee gelijk te stellen handeling konden worden aangemerkt, omdat verzoeker niet rechtstreeks in zijn rechtspositioneel belang was getroffen. Tevens werd overwogen dat de minister op grond van artikel 71 van Pro de Grondwet niet in rechte kan worden aangesproken voor hetgeen hij in de Kamer heeft gezegd.
Verder werd vastgesteld dat verzoeker onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat de minister onzorgvuldig had gehandeld. De uitlatingen hadden een algemeen karakter en verzoeker bleef zijn functie normaal uitoefenen. Het verzoek tot het treffen van een voorlopige voorziening werd daarom niet-ontvankelijk verklaard.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen uitlatingen van de minister is niet-ontvankelijk verklaard.