ECLI:NL:RBHAA:2004:AO9728
Rechtbank Haarlem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- C.J. Harts
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening na ontslag op staande voet wegens meenemen frisdrank tijdens lunchpauze
Een magazijnmedewerker werd op 11 februari 2004 tijdens de lunchpauze betrapt op het meenemen van een pakje frisdrank uit het magazijn naar de kantine. Dekamarkt schortte hem daarop dezelfde dag en sprak op 12 februari 2004 ontslag op staande voet uit wegens onrechtmatig nuttigen van eigendom van de werkgever.
De werknemer betwistte het stelen en verklaarde dat hij het pakje frisdrank wilde betalen, maar dit niet kon uitleggen vanwege zijn beperkte beheersing van de Nederlandse taal. Hij voerde aan dat de frisdrankautomaat defect was en dat hij om gezondheidsredenen iets moest drinken. Dekamarkt stelde dat de werknemer de regels kende, mede omdat er altijd een tolk beschikbaar was en dat eerdere waarschuwingen waren gegeven.
De rechtbank oordeelde dat het ontslag onverwijld was gegeven en dat de werknemer niet aannemelijk had gemaakt dat hij in een bodemprocedure gelijk zou krijgen. De verklaringen van vier medewerkers ondersteunden de stelling van Dekamarkt. De gevorderde voorlopige voorziening tot wedertewerkstelling en doorbetaling van loon werd daarom afgewezen.
De proceskosten werden aan de werknemer opgelegd. Het vonnis werd gewezen door mr. C.J. Harts en uitgesproken op 10 maart 2004.
Uitkomst: De gevorderde voorlopige voorziening tot wedertewerkstelling en doorbetaling van loon wordt afgewezen.