ECLI:NL:RBHAA:2004:AP0215
Rechtbank Haarlem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- C.J. Harts
- Rechtspraak.nl
Betalingsvordering Dexia wegens beëindiging WinstVerdubbelaar-overeenkomst
Dexia Bank Nederland N.V. vordert betaling van een bedrag van € 1.725,38 van gedaagde in verband met de beëindiging van een WinstVerdubbelaar-overeenkomst. Dexia stelt dat naast de hoofdsom van € 1.237,05 ook buitengerechtelijke incassokosten en contractuele rente verschuldigd zijn. Gedaagde erkent een bedrag van € 1.191,31 en stelt bereid te zijn dit via een betalingsregeling te voldoen, maar betwist de rest van de vordering.
Tijdens de comparitie verschijnt Dexia niet, waardoor zij zich niet kan verweren tegen de stellingen van gedaagde. Gedaagde voert aan dat Dexia niet heeft gereageerd op zijn betalingsvoorstel en protesteert tegen de incassosommaties. De rechtbank oordeelt dat alleen het door gedaagde erkende bedrag met rente toegewezen wordt en wijst de buitengerechtelijke kosten af wegens het ontbreken van bewijs van noodzaak.
De kantonrechter veroordeelt gedaagde tot betaling van € 1.191,31 vermeerderd met contractuele rente vanaf 31 juli 2002 tot volledige betaling, vermindert de proceskosten met € 25 wegens reis- en verletkosten van gedaagde en verklaart het vonnis uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: Gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van € 1.191,31 met contractuele rente, overige vorderingen worden afgewezen.