ECLI:NL:RBHAA:2004:AP1714
Rechtbank Haarlem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- F.J.P. Veenhof
- Rechtspraak.nl
Nietig opzeggingsbeding in huurcontract en onrechtmatige belemmering woongenot
De zaak betreft een geschil tussen huurder en verhuurder over de beëindiging van een huurovereenkomst en betaling van achterstallige huur en boetes. De huurder had het huurcontract opgezegd met een opzegtermijn die in het contract was gesteld op drie maanden, maar dit beding werd nietig verklaard op grond van artikel 7:271 lid 5 BW Pro, waardoor een opzegtermijn van één maand gold.
De verhuurder had gedurende oktober 2003 de toegang tot de woning belemmerd door de deur van binnenuit te vergrendelen, waardoor de huurder geen woongenot had. Dit werd erkend door de verhuurder en leidde tot verrekening van de huur over die maand.
De huurder had meerdere maanden de huur te laat betaald, waarvoor het contract een boetebeding bevatte. Dit boetebeding werd niet kennelijk onredelijk geacht, mede omdat de huurder niet concreet had onderbouwd waarom het onredelijk zou zijn.
De rechtbank veroordeelde de huurder tot betaling van de nog openstaande huur, boetes en beslagkosten, en stelde dat de huurovereenkomst per 1 januari 2004 was beëindigd. Tevens werd de huurder veroordeeld om de woning te ontruimen en een gebruiksvergoeding te betalen indien zij dit niet tijdig deed.
Uitkomst: Huurster moet achterstallige huur, boetes en kosten betalen en de woning ontruimen; opzegtermijn van één maand geldt.