ECLI:NL:RBHAA:2004:AQ4131

Rechtbank Haarlem

Datum uitspraak
2 juni 2004
Publicatiedatum
4 april 2013
Zaaknummer
238637
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
  • F.J.P. Veenhof
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 31 RvArt. 479e RvArt. 479f RvArt. 9 Wet op de Omzetbelasting 1968
Verwijzingen
4 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toewijzing vordering achterstallige alimentatie en kosten tegen Torsa Engineering Group B.V.

In deze zaak vordert eiseres betaling van achterstallige alimentatie en bijkomende kosten van Torsa Engineering Group B.V., die als derde-beslagene in gebreke is gebleven haar verplichtingen na te komen. De kantonrechter had aanvankelijk de zaak ten onrechte verwezen naar de sector civiel, maar heeft dit op grond van een analoge toepassing van artikel 31 Rv Pro hersteld.

De kantonrechter constateert dat artikel 479f Rv bepaalt dat hij bevoegd is om kennis te nemen van de vordering ongeacht het beloop daarvan, waardoor de verwijzing naar de civiele sector onjuist was. Door terug te komen op de verwijzing worden extra proceskosten vermeden.

De vordering wordt toegewezen omdat deze niet ongegrond of onrechtmatig is. Torsa wordt veroordeeld tot betaling van de achterstallige alimentatie, de kosten van rechtsbijstand en executiekosten. Tevens worden de proceskosten aan de zijde van eiseres vastgesteld en wordt het vonnis uitvoerbaar bij voorraad verklaard.

Uitkomst: Vordering tot betaling van achterstallige alimentatie en kosten wordt toegewezen en eerdere verwijzing naar sector civiel ingetrokken.

Uitspraak

RECHTBANK HAARLEM
sector kanton, locatie Haarlem
zaaknummer: 238637
datum vonnis: 2 juni 2004
VONNIS VAN DE KANTONRECHTER TE HAARLEM
in de zaak van:
[eiseres],
te [woonplaats],
EISERES,
hierna: [eiseres],
gemachtigde mr. E.A.J. Verschuur-van der Voort,
--tegen--
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
Torsa Engineering Group B.V.,
te Haarlem,
GEDAAGDE,
hierna: Torsa,
niet verschenen.
1. Het verloop van de procedure
Voor de loop van het geding verwijst de kantonrechter naar het door hem tussen partijen gewe-zen en op 19 mei 2004 uitgesproken tussenvonnis houdende verwijzing van de zaak naar de sector civiel bij deze rechtbank.
2. De nadere beoordeling van het geschil
2.1 Nadat de kantonrechter het tussenvonnis van 19 mei had gewezen heeft hij moeten constateren dat de daarin vervatte verwijzingsbeslissing op een kennelijke fout berust.
2.2 De vordering heeft immers betrekking op het feit dat Torsa als derde-beslagene in gebreke is gebleven aan haar verplichting ingevolge artikel 479e Rv te voldoen.
2.3 Artikel 479f Rv bepaalt in dat geval dat de kantonrechter ongeacht het beloop van de vordering bevoegd is daarvan kennis te nemen.
2.4 De kantonrechter moet daarom ambtshalve terugkomen op zijn eerdere beslissing tot verwijzing. Hij acht dit mogelijk analoog aan de bepaling van artikel 31 Rv Pro dat herstel van fouten toestaat. Dit geldt temeer nu het slechts om een tussenbeslis-sing gaat die te vergelijken valt met een rolbeslissing waarop de kantonrechter ook kan terugkomen. Bovendien worden door deze intrekking van de verwijzing de extra proceskosten vermeden die voor partijen gepaard gaan met een behandeling door de sector civiel van deze rechtbank.
2.5 De kantonrechter zal daarom zijn verwijzing intrekken en alsnog de vordering beoordelen.
2.6 De vordering zal worden toegewezen omdat deze niet ongegrond of onrechtmatig is.
3. De slotsom en kosten
De vordering wordt toegewezen. Torsa zal, als de in het ongelijk gestelde partij, in de proces-kosten worden veroordeeld.
4. De beslissing
De kantonrechter:
Trekt zijn verwijzing als vervat in het vonnis van 19 mei 2004 in.
Veroordeelt Torsa om aan [eiseres] tegen behoorlijk bewijs van kwijting te betalen:
a. de per 26 november 2003 voor afdracht bestemde gelden ad €11.557,50 aan achterstallige alimentatie en kosten alsmede de nog te verschijnen afdrachttermijnen totdat de totale achterstand tot 1 oktober 2003 ad €18.431,00 zal zijn voldaan;
b. €1.500,00 wegens de kosten van de rechtsbijstand;
c. €146,82 wegens de kosten van executie.
Veroordeelt Torsa in de kosten van deze procedure, tot op deze uitspraak aan de zijde van [eiseres] begroot op €260,40 aan verschotten en €325,00 aan salaris voor de gemachtigde, met bepaling dat de explootkosten worden verhoogd met een percentage dat overeenkomt met het percentage bedoeld in artikel 9, 1e lid van de Wet op de Omzetbelasting 1968.
Verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voor-raad.
Aldus gewezen door mr. F.J.P. Veenhof, kantonrechter en in het openbaar uitgesproken ter terechtzitting van 2 juni 2004, in tegenwoordigheid van de griffier.