ECLI:NL:RBHAA:2004:AR7012
Rechtbank Haarlem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Nietigheid betekening verzoekschrift echtscheiding wegens taalgebrek volgens Betekeningsverordening
In deze zaak oordeelt de rechtbank Haarlem dat de betekening van het verzoekschrift tot echtscheiding aan de vrouw nietig is wegens een gebrek aan naleving van de Europese Betekeningsverordening (EG-verordening 1348/2000). De vrouw, woonachtig in Duitsland, begrijpt de Nederlandse taal niet en mocht daarom de stukken weigeren die niet in het Duits waren vertaald.
De man had betoogd dat voorafgaand aan de betekening een vertaling per aangetekende brief was toegezonden, maar de rechtbank stelt dat dit niet voldoet aan de dwingende eisen van artikel 8 lid 1 van Pro de Betekeningsverordening. De betekening moet in de officiële taal van de lidstaat van de ontvanger plaatsvinden, en weigering door de ontvanger leidt tot nietigheid.
De rechtbank verwijst naar een lopende prejudiciële vraag bij het Europese Hof van Justitie over de uitleg van artikel 8 lid Pro 1, maar besluit niet te wachten op die uitspraak vanwege de vertraging die dit zou veroorzaken. In plaats daarvan geeft de rechtbank de man de gelegenheid om binnen veertien dagen opnieuw te betekenen, ditmaal conform de Betekeningsverordening, met vertaling in het Duits en met inachtneming van de voorgeschreven termijnen voor het indienen van een verweerschrift.
De rechtbank houdt verdere beslissing aan totdat de correcte betekening heeft plaatsgevonden en de procedure kan worden voortgezet.
Uitkomst: De rechtbank verklaart de betekening nietig en stelt de man in de gelegenheid het verzoekschrift opnieuw met Duitse vertaling te betekenen.