ECLI:NL:RBHAA:2004:AR8299
Rechtbank Haarlem
- Kort geding
- A.J. van der Meer
- Rechtspraak.nl
Weigering afname melk zonder KKM-erkenning door zuivelcoöperatie niet in strijd met Mededingingswet
In deze zaak vordert een melkveehouder, lid van de coöperatie Cono Kaas, dat zijn melk onverkort wordt afgenomen zonder dat hij over een KKM-erkenning hoeft te beschikken. De melkveehouder was zijn erkenning kwijtgeraakt vanwege niet-naleving van KKM-normen, waarna Cono Kaas de melk niet langer wilde afnemen of een lagere prijs bood.
De rechtbank stelt vast dat de Zuivelverordening 2002, die de erkenningsplicht regelde, per 1 januari 2005 zou worden ingetrokken en dat deze verordening voorshands als onverbindend kan worden beschouwd. Vervolgens beoordeelt de rechtbank of het statutaire vereiste van KKM-erkenning door Cono Kaas mededingingsrechtelijk toelaatbaar is.
De Nederlandse Mededingingsautoriteit (NMa) had eerder geoordeeld dat het erkenningssysteem zelf niet in strijd is met de Mededingingswet, behalve enkele specifieke artikelen die inmiddels buiten toepassing zijn gesteld. De rechtbank volgt de NMa en oordeelt dat het KKM-systeem objectief, transparant en niet-discriminatoir is en gericht op kwaliteitsverhoging.
Daarom is het Cono Kaas toegestaan om in haar statuten te eisen dat leden over een KKM-erkenning beschikken. Het weigeren van melk zonder erkenning is niet onrechtmatig, mede omdat Cono Kaas slechts één productielijn heeft voor melk van erkende bedrijven. De vorderingen van de melkveehouder worden afgewezen en hij wordt veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De voorzieningenrechter wijst de vorderingen af en bevestigt dat Cono Kaas melk zonder KKM-erkenning mag weigeren.