ECLI:NL:RBHAA:2004:AR8754

Rechtbank Haarlem

Datum uitspraak
14 december 2004
Publicatiedatum
4 april 2013
Zaaknummer
105886/04
Instantie
Rechtbank Haarlem
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Artikel III lid 1 Bijlage Wet op de Jeugdhulpverlening
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verlenging machtiging gesloten uithuisplaatsing minderjarige met hechtingsstoornis

De rechtbank Haarlem behandelde op 14 december 2004 het verzoek van de gezinsvoogdij-instelling (GVI) tot verlenging van de machtiging voor gesloten uithuisplaatsing van minderjarige A, die een hechtingsstoornis heeft. De machtiging was eerder verleend voor crisisopvang tot 24 december 2004. De GVI verzocht om verlenging met een jaar en aansluitend een machtiging voor zeer intensieve behandeling.

De ouders verzetten zich krachtig tegen het verzoek en stelden dat A, gezien zijn leeftijd en problematiek, beter thuis opgevangen kan worden. Zij gaven aan dat de thuissituatie verbeterd is en dat er een vangnet van familie en vrienden aanwezig is. Ook betwistten zij dat een thuisplaatsing voldoende onderzocht is door de GVI. De minderjarige zelf gaf aan niet langer in een gesloten inrichting te willen verblijven.

De kinderrechter erkende dat A behandeling nodig heeft, maar constateerde dat er geen duidelijke indicatie is wanneer deze behandeling kan starten en of deze besloten of gesloten moet zijn. Gezien de grote weerstand van ouders en minderjarige tegen een overbruggingsperiode in een gesloten inrichting en het ontbreken van voldoende weerlegging door de GVI van het thuisopvangen of pleeggezin als alternatief, wees de kinderrechter het verzoek af.

Uitkomst: Het verzoek tot verlenging van de machtiging voor gesloten uithuisplaatsing is afgewezen.

Uitspraak

RECHTBANK TE HAARLEM
Zaaknummer: 105886/04
Datum beschikking: 14 december 2004
AS/JYS
Afwijzing verlenging machtiging gesloten uithuisplaatsing in het kader van een ondertoezichtstelling
BESCHIKKING VAN DE KINDERRECHTER
naar aanleiding van een verzoek van:
Bureau Jeugdzorg Noord-Holland, afdeling Jeugdbescherming, Locatie Haarlem,
gevestigd te Haarlem,
verder te noemen: de GVI,
met betrekking tot de minderjarige:
naam: A B
geboren: 1 augustus 1991 te Haarlem
moeder: C D
wonende te Haarlem
vader : E B
wonende te Haarlem
gezag : ouders
Verloop van de procedure
Bij beschikking d.d. 24 september 2004 is voornoemde minderjarige voorlopig onder toezicht gesteld, welke ondertoezichtstelling vervolgens definitief is uitgesproken en thans nog voortduurt tot
24 september 2005.
Bij beschikking d.d. 24 september 2004 is machtiging verleend de minderjarige uit huis te plaatsen in een gesloten voorziening voor crisisopvang als bedoeld in artikel III lid 1 van de Bijlage behorende bij de Wet op de Jeugdhulpverlening, welke machtiging eindigt op 24 december 2004.
De GVI heeft op 9 december 2004 verzocht om de machtiging tot gesloten plaatsing van de minderjarige in een voorziening voor crisisopvang te verlengen met een jaar en aansluitend een machtiging te verlenen tot plaatsing in een voorziening voor zeer intensieve behandeling als bedoeld in artikel III lid 1 van genoemde Bijlage.
Het hulpverleningsplan en het verslag van het verloop van de ondertoezichtstelling zijn bij dat verzoek gevoegd.
Aan de minderjarige is als raadsvrouw mr. M. Verkijk toegevoegd.
Op 14 december 2004 heeft de kinderrechter het verzoek ter terechtzitting met gesloten deuren behandeld, waarvan afzonderlijk proces-verbaal is opgemaakt.
Hierbij zijn verschenen en gehoord:
- de ouders, bijgestaan door mr. M.J. Dekker;
- de Raad vertegenwoordigd door mevrouw E. Valk;
- de gezinsvoogdij-instelling vertegenwoordigd door mevrouw J. Kamerbeek en
mevrouw L. Koulen.
De minderjarige is in raadkamer gehoord, bijgestaan door zijn raadsvrouwe mr. M. Verkijk.
Standpunten van partijen
De ouders hebben zich met klem verzet tegen het verzoek van de GVI. Zij hebben de kinderrechter een verweerschrift met bijlagen overhandigd. De ouders menen dat A gelet op zijn leeftijd en zijn hechtingsstoornis niet thuishoort in Eikenstein en dat zij A in afwachting van een behandelplek thuis kunnen opvangen. Zij vinden het een kwalijke zaak dat de thuissituatie niet is onderzocht door de GVI. Volgens de ouders is de situatie die er destijds was ontstaan uit de hand gelopen, maar zijn er inmiddels een aantal dingen veranderd. Zo wonen de ouders op dit moment boven hun winkel zodat zij A te allen tijde kunnen opvangen. Ook kan A direct terug naar zijn oude school en naar de naschoolse opvang, waar hij extra in de gaten gehouden kan worden. Verder is er een vangnet van vrienden en familie aanwezig. De ouders stellen dat de Jeugdriagg hierdoor van mening is dat een thuisplaatsing (zonodig in afwachting van een behandelplek) mogelijk is. De ouders hebben voorts naar voren gebracht dat A nooit naar Eikenstein heeft willen gaan. Zij stellen dat het punt dat hij op de zitting van 5 oktober 2004 heeft gezegd dat het misschien beter is als hij naar Eikenstein gaat bezien moet worden in het licht dat hij onder de indruk was van de gang van zaken bij de kinderrechter en een sociaal wenselijk antwoord heeft gegeven om zijn ouders als het ware in bescherming te nemen. Ook heeft het verblijf van A in Eikenstein een grote impact op hem gehad.
A heeft aangegeven dat hij niet langer in een gesloten inrichting wil verblijven.
De GVI heeft ter zitting haar verzoek gehandhaafd. De GVI stelt dat zij samen met de ouders de mogelijkheden van een overbruggingsperiode aan het bekijken is. Thans staat A aangemeld voor een plek op de Doggershoek. Deze plek wordt door de GVI geschikt geacht omdat de Doggershoek, waar A op termijn behandeld zal kunnen worden, alvast de lijn van de behandeling kan uitstippelen. Daarnaast is de GVI op initiatief van de ouders aan het bekijken of A tijdelijk in een pleeggezin op Tessel kan verblijven. Gezien de problematiek van A en zolang niet duidelijk is of A in een besloten of gesloten instelling behandeling dient te ondergaan, is de GVI van mening dat een verlenging van de machtiging noodzakelijk is. De GVI heeft verklaard dat de afweging om A op dit moment gesloten te plaatsen is gemaakt nadat gesprekken met de Jeugdriagg en de Raad voor de Kinderbescherming hebben plaatsgevonden.
Beoordeling
De kinderrechter is zich ervan bewust dat A behandeling voor zijn problematiek dient te ondergaan. Aan de andere kant kan thans geen duidelijke indicatie gegeven worden wanneer daadwerkelijk met de behandeling van A zal kunnen worden begonnen. Gelet op de grote weerstand die de ouders en A hebben tegen een overbruggingsperiode in een gesloten inrichting en er bovendien nog geen duidelijkheid bestaat of A besloten of gesloten behandeling dient te ondergaan, ziet de kinderrechter momenteel aanleiding het verzoek van de GVI af te wijzen. Dit klemt temeer nu de ouders gemotiveerd hebben gesteld A ter overbrugging ook thuis te kunnen opvangen danwel een goed pleeggezin voor hem op het oog hebben. Een en ander is door de GVI niet, althans onvoldoende weersproken.
Beslissing
De kinderrechter:
Wijst het verzoek af.
Deze beschikking is gegeven door mr. A. Stefels als kinderrechter en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 14 december 2004, in tegenwoordigheid van de griffier.