ECLI:NL:RBHAA:2004:AR8758
Rechtbank Haarlem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verlenging machtiging gesloten uithuisplaatsing minderjarige met hechtingsstoornis
De kinderrechter behandelde een verzoek van de gezinsvoogdij-instelling (GVI) tot verlenging van de machtiging voor gesloten uithuisplaatsing van een minderjarige met een hechtingsstoornis. De oorspronkelijke machtiging was verleend voor crisisopvang en liep af op 24 december 2004. De GVI verzocht om verlenging met een jaar en aansluitend een machtiging voor zeer intensieve behandeling.
De ouders en de minderjarige verzetten zich krachtig tegen de verlenging. Zij stelden dat de minderjarige gezien zijn leeftijd en problematiek niet thuishoort in een gesloten inrichting en dat zij hem thuis of in een pleeggezin kunnen opvangen. De ouders benadrukten dat de thuissituatie verbeterd is en dat er een vangnet van familie en vrienden is. De Jeugdriagg onderschreef dat thuisplaatsing mogelijk is.
De kinderrechter erkende dat behandeling noodzakelijk is, maar constateerde dat er geen duidelijke indicatie is wanneer deze kan starten en of deze besloten of gesloten moet zijn. Gezien de weerstand van de ouders en minderjarige tegen een overbruggingsperiode in een gesloten inrichting en het ontbreken van voldoende weerlegging van de ouders' stellingen door de GVI, wees de kinderrechter het verzoek af.
De zitting vond plaats met gesloten deuren, waarbij de ouders, de Raad en de GVI werden gehoord. De ondertoezichtstelling van de minderjarige blijft onverminderd van kracht tot 24 september 2005.
Uitkomst: Verzoek tot verlenging machtiging gesloten uithuisplaatsing wordt afgewezen.