ECLI:NL:RBHAA:2004:AT8636
Rechtbank Haarlem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorzieningen omtrent gezag, hoofdverblijfplaats en omgangsregeling minderjarige
In deze zaak gaat het om voorlopige voorzieningen in een echtscheidingsprocedure waarbij het gezag, de hoofdverblijfplaats en de omgangsregeling van een minderjarig kind centraal staan.
De rechtbank constateert dat de omgangsregeling tussen de ouders gebrekkig verloopt en dat bemiddelingsgesprekken niet zijn doorgegaan vanwege verhinderingen van de vader. Uit het rapport van de Raad voor de Kinderbescherming blijkt dat het kind voornamelijk bij de vader woont en dat er geen zwaarwegende redenen zijn om het gezag of de hoofdverblijfplaats te wijzigen. De vrouw heeft omgangsrecht, maar de communicatieproblemen tussen partijen belemmeren de uitvoering.
De rechtbank bepaalt dat de hoofdverblijfplaats voorlopig bij de vader blijft en wijst de verzoeken tot voorlopige toevertrouwing en omgangsregeling af. Er wordt een omgangsregeling vastgesteld waarbij de vrouw het kind om de twee weken in het weekend mag zien, met duidelijke afspraken over ophalen en terugbrengen. De Raad voor de Kinderbescherming wordt verzocht nader onderzoek te doen en advies uit te brengen over het gezag, de hoofdverblijfplaats en de omgangsregeling. De behandeling van de zaak wordt aangehouden tot het advies is ontvangen.
Uitkomst: De hoofdverblijfplaats van het kind wordt voorlopig bij de vader vastgesteld en de verzoeken tot voorlopige toevertrouwing en omgangsregeling worden afgewezen.