ECLI:NL:RBHAA:2005:AT1748
Rechtbank Haarlem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- J.J. Udo de Haes
- Rechtspraak.nl
Verdeling nalatenschap en verjaring vordering terugbetaling lening erfgenaam
De zaak betreft de verdeling van de nalatenschap van een overleden erflater met zeven kinderen, waarbij een lening van de erflater aan een van de erfgenamen ter discussie staat. De eiser vordert onder meer de verdeling van de nalatenschap en inbreng van de lening met rente in de onverdeelde nalatenschap.
De gedaagde betwist de vordering en stelt dat de lening al is afgelost. De rechtbank oordeelt dat er geen bewijs is van aflossing en dat de vordering tot terugbetaling verjaard is sinds 24 juli 2002, omdat geen nieuwe stuiting van de verjaring is gebleken na de sommatiebrief van 1996 en de daaropvolgende aanmaning in 1997.
Ondanks de verjaring blijft de natuurlijke verbintenis bestaan en dient deze te worden verrekend met het erfdeel van de betreffende erfgenaam. De rechtbank wijst de vordering tot benoeming van een notaris af en stelt de verdeling vast waarbij de lening wordt verrekend, zodat de andere erfgenamen netto een groter deel van de nalatenschap ontvangen.
De proceskosten worden gecompenseerd zodat iedere partij zijn eigen kosten draagt. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad verklaard voor zover het de vaststelling van de verdeling betreft.
Uitkomst: De rechtbank stelt de verdeling van de nalatenschap vast waarbij de verjaarde lening wordt verrekend met het erfdeel van de betreffende erfgenaam.